Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Fietsen

betekenis & definitie

Kinderen die goed kunnen fietsen, kun je alleen op de fiets laten gaan.

Was dat maar waar. De meeste kinderen kun je pas met een jaar of elf alleen op de fiets laten gaan. Want om alleen op de fiets naar school te kunnen, moet een kind eerst nog veel meer kunnen dan goed kunnen fietsen. Hij moet zijn fiets goed onder controle kunnen houden en hij moet de verkeerssituatie zo goed mogelijk kunnen overzien.

Een goede coördinatie in beweging is nodig om de fiets goed recht te kunnen houden, ook als een kind een onverwachte beweging moet maken. Het verkeer is vaak druk en onvoorspelbaar, waardoor je in staat moet zijn om snel te kunnen stoppen of snel om een auto of andere fietsers heen moet kunnen fietsen als dat nodig is. Het ene kind kan dat eerder dan het andere. Maar meestal kunnen kinderen het pas met een jaar of elf. Voor die tijd kunnen ze wel gewoon netjes op rechte stukken fietsen, maar zich nog niet altijd veilig door het verkeer bewegen.

Veilig fietsen heeft ook te maken met de aard van het kind. Een kind dat snel is afgeleid fietst meestal minder veilig omdat hij te veel om zich heen kijkt. Ziet hij aan de overkant zijn beste vriendje, dan zal hij zijn aandacht op hem richten en de verkeersregels gauw vergeten. En stoere kinderen vinden het vaak leuk om juist wat gevaarlijke capriolen op de fiets uit te halen: expres lekker slingeren of keihard racen op de fiets.

Een paar keer voordoen hoe je je in het verkeer moet gedragen is genoeg

Het kost veel tijd en veel voordoen om je kind te leren met het verkeer om te gaan. Of een kind er al aan toe is om alleen te fietsen, kun je als ouder uitproberen in een aantal stappen. Ga eerst een aantal keren samen met een kind naar school op de fiets. Vertel van tevoren dat je wilt zien of hij het al goed kan en hem niet zal zeggen wat hij moet doen behalve als het fout gaat. Dit is de moeilijkste oefening voor ouders, want je bent gewend allerlei aanwijzingen te geven. Let vooral goed op of hij zelf goed oplet en ingewikkelde verkeerssituaties zelf ziet aankomen en erop reageert. Bekijk meteen zelf of er op de route gevaarlijke kruisingen zijn, waarbij het misschien beter is om af te stappen en met de fiets aan de hand over te steken. Soms is een andere route dan de kortste weg aan te raden als daarmee een gevaarlijke kruising vermeden kan worden. Gaat dat goed, dan kun je een paar keer achter hem fietsen. Kom je vlak bij de school, waar veel kinderen zijn, let dan vooral op hoe hij zich in de buurt van zijn school gedraagt, of hij blijft letten op het verkeer en niet te veel naar achteren en opzij gaat kijken waardoor je gemakkelijk gaat slingeren. Als dat allemaal goed gaat, is een kind er wel aan toe en kun je hem laten gaan, al zal de angst dat er iets gebeurt nog wel een tijdje blijven.