Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

Gepubliceerd op 06-03-2017

bas (II)

betekenis & definitie

(zie bas (I), vgl. beissie),

1. stuiver (= twee vierduitstukken (2^ cent). (basje betekent zowel ‘stuiver’ als ‘dubbeltje’, maar een bas is eerder een stuiver, en een beissie een dubbeltje, zie beissie): Een doosje ... kost veertig cent en an elk doosje ferdien ik een bijsje .... en nouw krijg ik op een dag so maar een infal en ik seg tege me maat hier ., late me same, samsam foor ieder een basje, die salf gaan ferkope, COHEN 235;
2. dubbeltje (= twee stuivers): ‘Ik kijk naar geen mooi gezichie, as ze me maar niet zooveel pesjoete koste.’ ‘Nou, die is ook goed, as je mit ’n meissie bint, mot je niet op ’n basj zien’, JUL. DE VRIES 24.


Alsjeblieft!
Dit artikel kreeg je van Ensie cadeau. Wil je ook bijdragen aan toegankelijke kennis?Word vriend van Ensie en ontvang een gratis encyclopedie!