Milieu-encyclopedie

Oosthoek milieu-encyclopedie

Gepubliceerd op 01-12-2020

meren

betekenis & definitie

waterbekkens aan alle kanten door land omsloten. Een meer kan worden gevoed door neerslag, rivieren of periodieke overstromingen.

Afhankelijk van de plaats en manier van ontstaan worden vele typen meren onderscheiden, die zoet dan wel zout water bevatten, diep of ondiep zijn: b.v. bergmeren, kustvlaktemeren (Camargue, Frankrijk), laaglandmeren (veenpiassen), kunstmatige meren (stuwmeren, Ijsselmeer), duinmeren, meren ontstaan door zand- of kleiwinning. Op grond van de voedselrijkdom van het water vindt een indeling plaats in eutroof (voedselrijk), mesotroof en oligotroof (voedselarm). Ieder type meer heeft een eigen plankton-, planten- en dierenwereld en eigen oeverbegroeiingen met verlandingsstadia. In Nederland zijn er vooral ondiepe laaglandmeren (Friesland, Vinkeveen) en kunstmatige meren (Ijsselmeer, Lauwersmeer, de zeer diepe zandwinningsputten langs de Maas). Het grootste Belg. natuurlijke meer, het Lac de Virelles, is 120 ha groot. In Wallonië werd een aantal stuwmeren aangelegd.

In de diepere meren vindt onder invloed van de temperatuur een bijzonder proces plaats, de herfstcirculatie. In de zomer wordt de bovenste laag van het water (epilimnion) verwarmd; deze blijft vanwege het lagere soortelijk gewicht drijven op het koudere water uit de diepere lagen (hypolimnion) en wordt daarvan gescheiden door de spronglaag (metalimnion). In de eutrofe meren is de zuurstof in het hypolimnion snel verbruikt, zodat deze laag zuurstofloos wordt. In de herfst koelt het water aan het oppervlak af tot beneden de temperatuur van het water van het hypolimnion en zakt naar omlaag. Hierdoor (en door de windwerking) verdwijnt de temperatuurgelaagdheid in het meer en kan weer volledige circulatie van voedingsstoffen plaatsvinden.Bij meren waarin rivieren uitkomen, worden met het water slibdeeltjes aangevoerd, die in het meer bezinken. Ondiepere meren kunnen hierdoor dichtslibben en verlanden. Door lozingen van industrie, landbouw en recreatie op en langs het water vindt aanvoer van organische stoffen en mineralen plaats (eutrofiëring). Hierdoor kan een overmatige planktongroei optreden, waardoor grote schommelingen in het zuurstofgehalte kunnen voorkomen. Soms wordt door het plankton zoveel zuurstof gebruikt, dat massale vissterfte optreedt. Er zijn meren (o.a. in Scandinavië) die last hebben van → verzuring van het water, waardoor zij biologisch sterk verarmen.

Vele landen hebben de Wetlands Convention (1971) ondertekend. Hierbij hebben zij zich verplicht waterrijke terreinen van internationale betekenis op een lijst te plaatsen en in stand te houden. Deze verplichting is echter eerder moreel dan juridisch. Vaak worden die terreinen op de lijst gezet, die toch al op de een of andere wijze beschermd zijn. Plaatsing op de lijst betekent echter toch een versterking van de positie van het betrokken terrein. Het afvoeren van die lijst moet nl. uitvoerig worden gemotiveerd bij de IUCN en UNESCO, wat zoveel plichtplegingen en negatieve publiciteit met zich brengt, dat een regering daar niet gauw toe zal besluiten.