Milieu-encyclopedie

Oosthoek milieu-encyclopedie

Gepubliceerd op 01-12-2020

fosfaten

betekenis & definitie

zouten van fosforzuur (H3PO4). Fosfaten zijn essentiële bestanddelen van de cellen van levende organismen: zij vormen nl. met suikers en organische basen de nucleïnezuren (DNA en RNA) die de code voor de erfelijke eigenschappen bevatten.

Tevens is fosfaat een onderdeel van de ATP (adenosinetrifosfaat) dat in cellen van alle levende organismen voor snelle opslag en afgifte van energie zorgt. Een andere belangrijke functie van fosfaat in levende wezens is de versteviging van botweefsel in gewervelde dieren (dus ook de mens).In de niet-levende natuur komen fosfaten o.a. voor als fluorapatiet, waaruit kunstmest wordt bereid. Jaarlijks wordt wereldwijd ca. 100 mln. t fluorapatiet geproduceerd. Grootste leveranciers van fosfaaterts zijn de USSR, de vs en Marokko. In de meeste bodemsoorten en oppervlaktewateren komen fosfaten van nature in kleine concentraties voor. Vandaar komen zij in algen en hogere planten en via deze in alle andere organismen terecht. De groei van planten op het land en algen in het water wordt beperkt door de geringe beschikbaarheid van fosfaat.

Het gebruik van fosfaathoudende kunstmest in de landbouw heft deze beperking op. Iets soortgelijks gebeurt wanneer door lozingen van afvalwater extra fosfaat (uit wasmiddelen, uitwerpselen) in oppervlaktewater terechtkomt. Deze zgn. eutrofiëring leidt tot onnatuurlijk sterke groei van algen. Voor 1983 werd de bijdrage van de wasmiddelen in de fosfaatbelasting op 50 % geschat. Daarna is deze bijdrage met ca. 40 % verminderd, doordat de hoeveelheden fosfaat in wasmiddelen sterk werden verminderd. Per jaar wordt in Nederland ca. 150 mln. kg fosfaat meer geïmporteerd dan geëxporteerd; dit gebeurt in de vorm van voedingsmiddelen en fosfaaterts.

Daarnaast komt nog eens 60 mln. kg fosfaat met de grote rivieren het land in. Naar zee wordt per jaar ca. 60 mln. kg afgevoerd, zodat in totaal per jaar 150 mln. kg fosfaat in Nederland achterblijft, vooral in de bodem van landbouwgronden en in sedimenten in oppervlaktewateren.

Fosfaat speelt vanaf het ontstaan van landbouw een belangrijke rol bij de teelt van gewassen, terwijl het pas sinds enkele tientallen jaren gebruikt wordt bij de bereiding van wasmiddelen. Het fosfaat behoort met stikstof en kalium tot de drie hoofdvoedingselementen voor planten. In het algemeen zullen deze drie elementen jaarlijks aan de grond moeten worden toegevoegd in de vorm van meststoffen om in de behoefte van de plant te voorzien.

Het fosfaat kan worden onderverdeeld in organisch en anorganisch fosfaat. Kunstmest bestaat meestal uit vrij goed oplosbare verbindingen van anorganisch fosfaat. Het fosfaat in dierlijke mest is ook voor een belangrijk deel aanwezig in de vorm van vrij goed oplosbare verbindingen van anorganisch fosfaat. Nadat een fosfaathoudende meststof aan de grond is toegediend, kunnen er allerlei reacties gaan optreden. De belangrijkste processen zijn adsorptie/desorptie, neerslaan/oplossen, mineralisatie/demineralisatie en opname door planten en micro-organismen. Het resultaat is dat het fosfaat in de bodem voor een deel dusdanig wordt ‘vastgelegd’, dat het niet meer voor de plant beschikbaar is.

De boer moet dus per jaar meer fosfaat in de vorm van meststoffen toedienen dan de plant per jaar onttrekt. Dit heeft tot gevolg dat het fosfaatgehalte van de bodem langzaam stijgt.

De fosfaatbemesting in de landbouw veroorzaakt alleen milieuproblemen wanneer het fosfaat met het regenwater uitspoelt naar het grondwater of naar het oppervlaktewater. Het fosfaatvastleggend vermogen van landbouwgronden is echter zo groot dat bij een normale bemesting de uitspoeling van fosfaat verwaarloosbaar klein is. Een geheel andere situatie doet zich voor wanneer er sprake is van mestoverschotten; die kunnen ontstaan in de intensieve veehouderij (bio-industrie). In dat geval wordt er jaarlijks zeer veel meer fosfaat gegeven dan de plant kan opnemen. Dit leidt tot de situatie dat het fosfaatgehalte van zo’n grond vrij snel stijgt. Dit zou niet zo erg zijn, als de vastleggingscapaciteit van een grond oneindig was.

Wanneer de bovengrond verzadigd is met fosfaat, zal het fosfaat langzaam naar diepere lagen doordringen en uiteindelijk uitspoelen. Het is duidelijk dat wanneer men doorgaat met het ‘dumpen’ van mestoverschotten op landbouwgronden dit op de lange duur tot problemen moet gaan leiden.

Litt. Fosfatennota, Tweede Kamer, zitting 1978-79, 15640, nrs. 1-2 (1979).