Lexicon van het Koninklijk Huis

Auteur: F.J.J. Tebbe

Gepubliceerd op 29-06-2020

minister

betekenis & definitie

Latijn voor dienaar; de benaming voor de hoogste functionarissen in het staatsbestuur, die in staatsrechtelijke zin direct onder het staatshoofd staan en samen met de staatssecretarissen het kabinet vormen. Bij het begin van de Oranjemonarchie in 1813 waren de bevoegdheden van de ministers beperkt tot advisering aan de vorst en de uitvoering van diens persoonlijke bevelen.

In de praktijk zorgde dit voor veel problemen, vooral op momenten dat ministers in de Tweede Kamer toelichting gaven op wetsvoorstellen. Koning Willem I riep in 1820 uit: Wat zijn ministers? Volstrekt niets. Ik kan zonder ministers regeren, of, wanneer ik het goedvind, wie mij goeddunkt aan het hoofd van de ministeriële departementen plaatsen, al was het ook een van mijn palfreniers, want ik, ik alleen ben de man die handelt, die voor de daden der regering verantwoordelijk is.’ Tijdens zijn regeringsperiode werden ook zijn zonen Willem en Frederik met de ‘opperdirectie’ van een departement belast. Iets van deze monarchale opvattingen was tot 1983 te vinden in de volgende zinsnede in de Grondwet: ‘Hij [de Koning] benoemt Ministers en ontslaat hen naar welgevallen.’ En tot op de dag van vandaag wordt een minister in wetten en Koninklijke Besluiten door de Koning aangeduid als ‘Onze [majesteitsmeervoud, lees: Mijn] Minister’.Door de invoering van de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid in 1840 is de positie van de minister binnen het staatsbestel echter ingrijpend veranderd. Vanaf dat moment werd het ministerschap een (mede)beslissend ambt. De persoon van de Koning trad bij de behartiging van de staatszaken terug. Dit werd in 1848 nog eens onderstreept en uitgebreid door de invoering van politieke verantwoordelijkheid.

Volgens artikel 42 van de Grondwet bestaat de regering uit de Koning en de ministers. Uit de grondwetsgeschiedenis valt op te maken dat ook de staatssecretarissen tot de regering behoren. Ministers onder wie de minister-president - en staatssecretarissen worden bij Koninklijk Besluit benoemd en ontslagen. Voor de duur van de benoeming bestaan geen wettelijke voorschriften. Deze ontbreken ook inzake de nationaliteit en de leeftijd. Ministers zijn te onderscheiden in de minister-president, ministers die de leiding hebben van een ministerie en ministers die niet belast zijn met de leiding van een ministerie, de zogeheten ministers zonder portefeuille. Tegenwoordig geschiedt de benoeming van een minister zonder portefeuille vooral om een bepaald beleidsterrein te benadrukken of een (getalsmatig) politiek evenwicht in het kabinet te verwezenlijken.

Het aantal ministers (en staatssecretarissen) ligt niet wettelijk vast. Het hangt af van het aantal ministeries, dit afgezien van de minister zonder portefeuille. Ministeries worden bij Koninklijk Besluit ingesteld. Het aantal ministeries schommelt in de praktijk rond de twaalf. Afgezien van tussentijdse benoemingen, vormt de benoeming van ministers (en staatssecretarissen) een onderdeel van kabinetsformaties. Formaties spelen zich meestal af na verkiezingen van de Tweede Kamer. De benoeming van een minister of staatssecretaris kan pas haar beslag krijgen als zo goed mogelijk verzekerd is dat hij het ‘vertrouwen’ van de Tweede Kamer zal bezitten.

De ministers, ook die zonder portefeuille, vormen tezamen de ministerraad. De bevoegdheden van de minister (en staatssecretarissen) worden uitgeoefend hetzij in het verband van de regering, dus tezamen met de Koning, of zelfstandig.

Staatssecretarissen zijn geen stemhebbend lid van de ministerraad, maar kunnen, afhankelijk van het onderwerp, met raadgevende stem aan de beraadslagingen deelnemen. De Grondwet bepaalt dat de ministerraad het orgaan is dat het initiatief kan nemen voor een buitenstaatverklaring van de Koning, wanneer daar in zijn ogen de noodzaak toe is. Als de ministerraad van oordeel is dat de Koning niet langer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, legt hij dit oordeel na advies van de Raad van State voor aan de Staten-Generaal, die hierop in verenigde vergadering bijeenkomen.

Naast de genoemde ministers en staatssecretarissen bestaan er nog twee andere typen ministers. Dit zijn de gevolmachtigd ministers en de ministers van Staat. Het ambt van gevolmachtigd minister is geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, te beschouwen als een soort grondwet voor het federatieachtige verband van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba. De gevolmachtigd minister van de Antillen of Aruba is een gemachtigde van de landsregering van de Antillen of Aruba. Hij is volgens het Statuut lid van de raad van ministers van het Koninkrijk, waartoe ook de Nederlandse ministers behoren. In deze raad komen de zogeheten aangelegenheden van het Koninkrijk aan de orde.

De minister van Staat is geen minister in een van de bovengenoemde betekenissen. Hij oefent geen staatsrechtelijke functie uit. Het betreft een eretitel, die de regering verleent aan personen die geacht worden bijzondere verdiensten voor het staatkundig leven te hebben.

Artikel 47 van de Grondwet bepaalt dat wetten en Koninklijke Besluiten door de Koning en een of meer ministers en staatssecretarissen ondertekend moeten worden. Ministers hebben regelmatig overleg met de Koning. Ten overstaan van de Koning leggen zij ook de ambtseed (of verklaring of belofte) af. Nadat een kabinetsformatie is bekroond met de beëdiging van de ministers, presenteren zij zich na afloop van de beëdiging rond de Koning geschaard op de paleistrappen visueel aan pers en publiek.