Voluit: Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Kare Godfried Pieter Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld; zoon van prins Bernhard zur Lippe (26 augustus 1872-19 juni 1934) en Armgard barones von Cramm (18 december 1883-27 april 1971); geboren op 29 juni 1911 te Jena, overleden op 1 december 2004 te Utrecht; trouwde op 7 januari 1937 met prinses Juliana der Nederlanden; vier dochters: Beatrix (1938), Irene (1939), Margriet (1943) en Christina (1947).
Meteen bij de geboorte van Bernhard was er sprake van onduidelijkheid en onenigheid niet voor het laatst in zijn leven. Zo was er verwarring over de precieze geboortedag, 28 of 29 juni. De familie besloot het op de laatste datum te houden. Bovendien leefde Bernhards vader in die tijd in onmin met zijn oudere broer Leopold IV, de regerende vorst van Lippe. Aanleiding was het huwelijk met Armgard, die gescheiden was geweest en van te lage afkomst werd geacht. Bernhards echtgenote mocht zich daarom geen prinses noemen en eventuele kinderen zouden ‘slechts’ graaf of gravin von Biesterfeld zijn. Bij zijn geboorte was Bernhard dus geen prins, maar graaf.
In 1916 streek vorst Leopold alsnog met de hand over het hart en vanaf dat moment was de kleine ‘Bernilo’ Prins zur Lippe-Biesterfeld, evenals zijn drie jaar jongere broertje Aschwin.
Toen Bernhard twee jaar was, kreeg hij een zware keelontsteking. Een operatie op de eetkamertafel bracht soelaas. In zijn eindexamenjaar 1929 kreeg de prins opnieuw een ziekte die hem bijna fataal werd: longontsteking deze keer. In 1932, tijdens zijn studietijd, balanceerde hij weer op de rand van de dood door een borstvliesontsteking. Ook daarna zou hij voortdurend met artsen en ziekenhuizen te maken krijgen. Volgens een eigen berekening had Bernhard in totaal meer dan vier jaar van zijn leven in ziekenhuizen doorgebracht waarbij hem in 1952 te verstaan werd gegeven dat het onwaarschijnlijk was dat hij zijn vijftigste verjaardag zou halen.
De (gewonnen) confrontaties met de dood zouden hem naar eigen zeggen roekeloos hebben gemaakt en hem het gevoel van onkwetsbaarheid hebben gegeven. Na het gymnasium in Berlijn te hebben doorlopen, ging Bernhard in 1929 rechten studeren in achtereenvolgens Lausanne, München en Berlijn. In die tijd ging hij een witte anjer dragen wit, omdat zijn meeste medestudenten een rode anjer droegen. De prins zou de anjer als imagosymbool zijn leven lang zorgvuldig koesteren. Tijdens Bernhards studentenjaren greep Adolf Hitler met zijn nationaal-socialistische NSDAP de macht. Bernhard heeft tegenover het nazisme altijd een ambivalente houding aangenomen.
Zijn broer Aschwin (1914-1988) liep openlijk warm voor de nazi’s. Prins Bernhard werd weliswaar lid van onder andere de Reiter SS, maar dat was volgens eigen zeggen om universitaire examens te kunnen doen. Dat hij in 1934 en 1935 als lid van de NSDAP stond ingeschreven, heeft hij altijd ontkend zelfs nadat er een lidmaatschapskaart op zijn naam was opgedoken. Tijdens zijn studietijd overleed Bernhards vader aan kanker. Voor zijn dood zou hij huisvriend kolonel Pantchoulidzew hebben gevraagd echtgenote Armgard en beide zoons ter zijde te blijven staan. Bernhard werd naar eigen zeggen door zijn vaders dood serieuzer en studeerde een jaar later af.
Daarna ging de internationaal georiënteerde prins in 1935 in Parijs voor het chemieconcern I.G. Farben werken. In die ‘Parijse’ jaren leerde hij ook de Nederlandse kroonprinses Juliana kennen. Hoe dat precies gegaan is, wie daarachter zat(en) en hoe het contact werd gelegd, is altijd onduidelijk gebleven. Feit is dat de charmante prins Bernhard tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Garmisch-Partenkirchen een ontmoeting wist te arrangeren met koningin Wilhelmina en prinses Juliana. Na een aantal vervolgontmoetingen werden zij ‘het eens’ en kon op 8 september 1936 de verloving wereldkundig worden gemaakt. Huwelijk In tegenstelling tot de vorige prins-gemaal, de in 1934 overleden prins Hendrik, zou Bernhard als echtgenoot van de toekomstige koningin wél een eigen staatstoelage krijgen.
Hoewel de prins een rondgang maakte langs diverse Nederlandse bedrijven en hij een aantal ceremoniële militaire functies kreeg, werd weinig aandacht besteed aan zijn politieke vorming iets waar Bernhard zelf ook weinig interesse voor toonde. Evenals zijn voorganger nam hij wel zitting in de Raad van State.
Bij zijn huwelijk op 7 januari 1937 in een ijskoud Den Haag kreeg hij de titel Prins der Nederlanden. Daarvoor was hij al genaturaliseerd tot Nederlander en werden zijn doopnamen vernederlandst. Bernhard liet tijdens een lange huwelijksreis (die onder meer naar Polen, Rome en Parijs ging) de wat wereldvreemde en verlegen Juliana kennismaken met het echte leven. Het paar ging wonen op het geheel gerenoveerde paleis Soestdijk. Prins Bernhard zou er nooit meer weggaan.
Terwijl Juliana in verwachting was van hun eerste kind, raakte Bernhard eind november 1937 zwaar gewond door een ongeluk bij Diemen: zijn auto reed met veel te hoge snelheid tegen een kerende zandwagen. Voor zijn leven werd gevreesd, maar hij kwam erbovenop en kon daardoor de bevalling van zijn eerste kind, op 31 januari 1938, meemaken.
Tweede Wereldoorlog Anderhalf jaar na Beatrix werd op 5 augustus 1939 een tweede dochter geboren. Zij kreeg de naam Irene (‘vrede’) en dat was niet toevallig: er dreigde oorlog. In mei 1940 werd Nederland door de Duitse Wehrmacht overrompeld. Samen met zijn gezin moest prins Bernhard de wijk nemen naar Groot-Brittannië.
Eigenlijk had de prins in Nederland willen blijven, maar zijn schoonmoeder Wilhelmina dwong hem zijn gezin te vergezellen. Vanuit Londen keerde hij nog wel in het geheim terug naar Zeeland, maar dat avontuur duurde slechts enkele dagen.
Gedurende de oorlog bleef de prins in Londen, als steun en toeverlaat van koningin Wilhelmina, terwijl zijn echtgenote Juliana met de twee dochters nog in 1940 was doorgereisd naar het veilige Canada. In bezet Nederland greep de bevolking Bernhards 29e verjaardag op 29 juni 1940 aan om haar aanhankelijkheid aan het koningshuis te tonen met het leggen van anjers, onder meer bij paleis Noordeinde; het ging de geschiedenis in als Anjerdag.
In de woorden van de Britse koning George VI ‘genoot’ Bernhard als geen ander van de oorlog. De ongeduldige en overactieve prins hield van gevaar. Hoewel hij als Duitser aanvankelijk door de Britten werd gewantrouwd, mocht hij toch vlieglessen nemen. Volgens zijn instructeur was prins Bernhard een bekwaam vlieger, maar dermate roekeloos dat hij de duizend vlieguren wel niet zou halen. Geheel tegen de afspraken met Wilhelmina in, vloog hij soms ook mee met gevechtsvliegtuigen boven bezet Europa.
Enkele keren reisde de prins naar zijn gezin in Canada. Daar werd op 19 januari 1943 een derde dochter geboren, Margriet. Verder leefde Bernhard in Londen het leven van een vrijgezel, met alle geruchten van dien.
Toen de geallieerden na D-day (6 juni 1944) hun opmars in West-Europa begonnen, reisde Bernhard naar het bevrijde Nederland. Hij werd, als bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten, als een held ontvangen.
Zijn kordate optreden maakte hem mateloos populair bij zijn manschappen. Dat hij soms verkeerde vrienden had, werd duidelijk toen hij vertrouwen schonk aan Chris Lindemans, beter bekend als King Kong die een dubieuze rol zou spelen bij (het verraad van) de slag om Arnhem. Prins Bernhard zou altijd ontkennen iets met King Kong te maken te hebben gehad, totdat uit zijn oorlogsagenda’s het tegendeel bleek.
Zakenprins en goodwillambassadeur De prins was begin mei 1945 aanwezig in Wageningen bij de ondertekening van de Duitse capitulatie. Nederland was bevrijd en in augustus keerden Juliana en de drie dochters naar Nederland terug. Het herenigde gezin ging weer wonen op paleis Soestdijk. Daar kwam op 18 februari 1947 een vierde dochter ter wereld: Marijke, later Christina geheten. Een jaar later trad Wilhelmina af als koningin ten gunste van haar dochter Juliana. Na de troonsbestijging van Juliana werd Bernhard aangeduid als ‘de’ Prins der Nederlanden.
Hij zou tegen zijn vrouw zou hebben gezegd dat zij weliswaar voortaan in het land de dienst uitmaakte, maar dat hij in huis de baas bleef. Inmiddels gewend aan de bewegingsvrijheid die hij in oorlogstijd had genoten, was Bernhard er de man niet naar om zich alleen met ceremoniële zaken bezig te houden. Hij werd benoemd tot inspecteur-generaal van de diverse onderdelen van de krijgsmacht. In die functie oriënteerde hij zich voortdurend bij allerlei vliegtuigbouwers (zoals McDonell Douglas en Lockheed) op nieuwe types vliegtuigen. Zo vloog hij in 1954 met een supersonische straaljager als eerste piloot van koninklijken bloede door de geluidsbarrière. Daarnaast werd de prins door het kabinet ingezet als goodwillambassadeur voor het bedrijfsleven en in die hoedanigheid maakte hij diverse succesvolle reizen naar Latijns-Amerika, onder meer naar het Argentinië van Juan en Evita Perón.
Bij hen haalde de prins een opdracht van driehonderd miljoen gulden binnen voor Werkspoor, de Nederlandse spoorwagon- en locomotievenbouwer. Steekpenningen van rond de dertig miljoen gulden voor de Peróns speelden daarbij een rol, al is van een rol van de prins bij het geven daarvan nooit gebleken. Bernhard werd ook commissaris bij diverse bedrijven, zoals KLM, Fokker en Hoogovens.
De Atlantische samenwerking lag hem na aan het hart en toen die in het slop dreigde te raken, was hij een van de initiatiefnemers van de Bilderbergconferenties die in 1954 van start gingen. Op die (jaarlijkse) bijeenkomsten fungeerde Bernhard steevast als voorzitter. Hij genoot ervan met de groten der aarde te verkeren. Toen hij, als fervent jager, merkte dat de wildstand in de wereld hard achteruitging, besloot hij in 1961 tot de oprichting van het World Wildlife Fund (WWF) ook daarvan werd hij voorzitter. In het verlengde daarvan riep hij in 1971 de onderscheiding de Gouden Ark in het leven, voor mensen die zich verdienstelijk hadden gemaakt op het gebied van natuurbehoud. De liefde van de prins voor de (Afrikaanse) natuur uitte zich ook in het verzamelen van beeldjes van olifanten.
Zijn werkkamer in paleis Soestdijk stond er vol mee. De vakantievilla van koningin Juliana en prins Bernhard, privé-bezit van de prins, doopte hij l’Elefante Felice (De Gelukkige Olifant). Zijn daar aangemeerde motorjachten heetten steevast Jumbo. Daarnaast zette de prins zich ook actief in voor cultuurbehoud. Het Prins Bernhard Cultuurfonds werd in het leven geroepen, en deze stichting deelde vanaf 1950 jaarlijks een aantal zilveren anjers uit voor vrijwilligers die zich verdienstelijk hebben gemaakt op cultureel gebied. De prijzen werden meestal door de prins zelf rond zijn verjaardag uitgereikt.
Ook reikte de prins vanaf 1958 vrijwel ieder jaar de Erasmusprijs uit, een uiting van waardering voor degenen die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de Europese cultuur. Vanwege zijn inzet voor Europa, onder meer door zijn betrokkenheid bij de Europese Culturele Stichting, kreeg de prins in 1960 de prestigieuze Europaprijs.
Problemen en geruchten Inmiddels was halverwege de jaren vijftig zijn huwelijk in een crisis geraakt. Juliana en Bernhard trokken zich terug in hun eigen vleugel van paleis Soestdijk: Bernhard aan de Baarnse en Juliana aan de Soester zijde. Communicatie verliep via de particulier secretarissen. De uitbarsting kwam met de zogeheten Greet Hofmans-affaire. Achteraf werd duidelijk dat Bernhard ‘gelekt’ had naar bevriende (buitenlandse) journalisten om de zaak rond de gebedsgenezeres (die overigens op zijn initiatief naar paleis Soestdijk was gehaald) naar buiten te brengen. De affaire kon worden gesust. Een echtscheiding werd voorkomen, maar Bernhard haalde op alle fronten zijn slag binnen: hij werd geroemd als redder van de monarchie.
In de jaren zestig kreeg Bernhard als vader te maken met de huwelijksperikelen van zijn oudste dochters Irene en Beatrix. En ook werd hij in 1967 voor het eerst grootvader, van kleinzoon Willem-Alexander - en een jaar later opnieuw vader, van een buitenechtelijke dochter in Parijs: Alexia Grinda. Geruchten over andere buitenechtelijke kinderen zou hij altijd ontkennen.
Zijn gebrek aan politieke scholing leidde in de jaren zestig en zeventig tot enkele incidenten. Zo zou hij in 1961 achter de rug van de Nederlandse regering om met de Amerikaanse president John F. Kennedy hebben gesproken over de situatie in Nieuw-Guinea. Daarnaast deed hij in 1971 in een interview het voorstel het parlement voor een jaar of wat naar huis te sturen zodat de regering kon regeren. Het kwam hem op een reprimande van premier B.W. Biesheuvel te staan.
Echt ernstig werd het in 1976, toen de prins het middelpunt werd van een schandaal dat de monarchie op haar grondvesten deed schudden. Zijn naam werd steeds stelliger genoemd in een grootschalige smeergeldaffaire rond de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Bernhard zou (als Victor Baarn met familievriend Pantchoulidzew als tussenpersoon) geld hebben gevraagd én aangenomen in ruil voor bewezen diensten. Na zijn overlijden in 2004 zouden gesprekken van de prins met de al eerder overleden Groene Amsterdammer-hoofdredacteur Martin van Amerongen openbaar worden. In deze tussen 1995 en 2002 gevoerde gesprekken gaf de prins toe smeergeld aangenomen te hebben. Het kabinet-Den Uyl liet een onderzoek instellen.
Daaruit kwam naar voren dat steekhoudend bewijs voor het ontvangen van smeergeld ontbrak, maar dat de prins niet vrij was geweest van ‘onoorbare verlangens’. Op grond daarvan werd hij ontheven van al zijn militaire functies en moest hij vervolgens ook veel van zijn andere functies (zoals het voorzitterschap van de Bilderbergconferenties en van het Wereld Natuur Fonds) neerleggen. Hij kreeg ook het dringende verzoek in het openbaar geen uniform meer te dragen (het beruchte ‘uniformverbod’). Koningin Juliana had al die tijd pal voor haar echtgenoot gestaan en mede daardoor bleef een strafrechtelijke vervolging achterwege.
Actieve oude dag Prins Bernhard bewoog zich de jaren daarna enigszins in de luwte, ook na het aftreden van Juliana als koningin in 1980. Wel bleef hij de onvoorwaardelijke steun houden van met name de oud-strijders, die vanaf Bernhards zeventigste verjaardag in 1981 iedere vijf jaar een défilé voor de prins organiseerden. Om de waardering voor zijn rol in de oorlog te onderstrepen, kreeg de prins in 1984 het laatste verzetsherdenkingskruis opgespeld. Ook was Bernhard altijd op 5 mei in Wageningen aanwezig bij het jaarlijkse bevrijdingsdefilé. In 1991 verzocht minister-president R.F.M. Lubbers hem namens de regering om in voorkomende gevallen weer een uniform te dragen.
Als hommage aan de prins werd in 2004 besloten dat 29 juni, Bernhards geboortedag, voortaan ‘Nederlandse veteranendag’ zou zijn. Niet alleen oudstrijders wist hij aan zich te binden, maar door zijn fabuleuze geheugen en zijn charme ook veel ‘gewone’ mensen. En voor zijn vrienden die hij niet altijd even zorgvuldig koos had hij alles over en stond hij altijd klaar. Ouderdom en ziekten weerhielden de prins er niet van opvallend naar buiten te treden. Zo betaalde hij in 2003 de boete van enkele personeelsleden van Albert Heijn die een winkeldief hadden gemolesteerd. Ook schreef hij in februari 2004 een openbare brief aan de Volkskrant om zijn ongenoegen te ventileren over allerlei ‘onzin’ die over hem en zijn familie geschreven was zoals over de steeds weer opduikende ‘stadhoudersbrief’ die de prins in de oorlog zou hebben geschreven aan Hider (of Himmler) en waarin hij zichzelf zou hebben aangeboden als stadhouder van Nederland onder Duitse supervisie.
Prins Bernhard, die tot op hoge leeftijd was blijven vliegen en jagen, bleef de dood tarten. In 1994 bijvoorbeeld traden levensbedreigende complicaties op na een operatie wegens darmkanker. Toch herstelde hij weer. Ook andere aandoeningen, zoals een vernauwing van de luchtpijp in 1999, kwam hij te boven. Eind 2004 werd echter duidelijk dat de prins een niet-behandelbare kanker aan de luchtwegen en een tumor in de darmen had. Maar zelfs toen bleek zijn imago hem heilig: hij reageerde ontstemd op het eerste deel van een stripverhaal over zijn leven (‘Agent Orange) waarin stond dat hij lid was geweest van de NSDAP.
Op 1 december 2004, ruim een halfjaar na de dood van Juliana (die op 20 maart 2004 was gestorven), overleed Bernhard in het ziekenhuis in Utrecht. Tien dagen later werd hij met groot ceremonieel bijgezet in de koninklijke grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft. Daarmee kwam een einde aan een rijk en controversieel leven. Hij had optimaal geprofiteerd van de mogelijkheden die hem als prins-gemaal geboden werden. En daar had de monarchie zowel van geprofiteerd (hij had een frisse wind door de paleizen laten waaien, de monarchie populair gemaakt en voor een hele reeks nakomelingen gezorgd), als onder geleden (vooral door zijn rol in de Lockheedaffaire). Overigens deed de prins ook na zijn dood van zich spreken. In twee postuum verschenen interviews meldde hij onder meer geld te hebben ontvangen van Lockheed en maakte hij bekend twee buitenechtelijke dochters te hebben: Alexia Grinda (1967) en Alicia von Bielefeld (1952).