Gepubliceerd op 29-06-2020

Belgische opstand

betekenis & definitie

Revolte in de jaren ’30 van de negentiende eeuw in het zuidelijk deel van het Koninkrijk der Nederlanden, die uitmondde in de onafhankelijkheid van België.

De Belgische opstand begon op 25 augustus 1830 toen in Brussel na een opvoering van Aubers opera La Muette de Portici rellen uitbraken. Geïnspireerd door de Franse Julirevolutie en o.a. getergd door slechte economische vooruitzichten, eisten de Belgische opstandelingen politieke hervormingen. De opstand was aanvankelijk niet nationalistisch of exclusief tegen het Noorden gericht.

De Zuidelijke katholieken en liberalen, die in 1828 een verbond hadden gesloten, streefden niet naar een eigen staat, maar wensten herstel van hun ‘grieven’. Willem I’s maatregelen ten aanzien van het katholiek onderwijs, zijn taalbesluiten die van het Frans een tweede taal hadden gemaakt en zijn starre houding ten opzichte van politieke hervormingen, vormden de voornaamste bronnen van onvrede.

Door de verontwaardigde reactie van het Noorden op de onlusten in het Zuiden hier zag men de rellen als een poging van het Belgische en katholieke volksdeel om de overmacht binnen het Koninkrijk te krijgen groeide het oproer uit tot een nationale opstand. Koning Willem I reageerde weifelend op de onlusten in het Zuiden. Enerzijds was hij bereid compromissen te sluiten en een losser verband, in de vorm van een administratieve scheiding, tussen Noord en Zuid aan te gaan. Anderzijds wilde hij niet zomaar toegeven aan de eisen van de opstandelingen.

Daarbij liep een militaire campagne van de Prins van Oranje en prins Frederik beiden waren eind augustus door hun vader naar het Zuiden gestuurd om de orde te herstellen op een fiasco uit. Eind september had het Hollandse leger onder leiding van prins Frederik een poging ondernomen Brussel op de opstandelingen te veroveren. De straatgevechten die hierbij plaatsvonden eindigden onbeslist, maar om erger bloedvergieten te voorkomen en de Europese mogendheden niet te verontrusten, besloot de koning op 27 september zijn troepen terug te trekken. De Belgen zagen dit als een overwinning en stelden een Voorlopig Bewind in.

De Prins van Oranje deed intussen verwoede pogingen zich aan het hoofd van de opstand te stellen. Hij was evenwel de enige die zich koning van een onafhankelijk België zag worden, want de opstandelingen zagen weinig meer in een Oranjevorst. In februari 1831 namen de Belgen een eigen grondwet aan, de meest progressieve constitutie van Europa tot dan toe. Het Huis Oranje-Nassau werd uitgesloten van de troon. In juni vonden ze in prins Leopold van Saksen-Coburg-Gotha een nieuwe koning.

Door de Belgische afscheiding stegen de nationale sentimenten in het Noorden tot ongekende hoogte. Erg eenduidig was dit Noordelijk nationalisme niet: men was tegen de muitzieke Belgen en steunde de koning in zijn militair optreden, maar wenste aan de andere kant niet dat het Verenigd Koninkrijk in zijn oude vorm werd hersteld. Veel Nederlanders zagen de Tiendaagse Veldtocht, in augustus 1831 door Willem I ondernomen om gunstige voorwaarden voor een scheiding in Londen af te dwingen, dan ook als een vergeldingsactie om de Belgen een lesje te leren. Tot 1838 volharde Willem I echter tevergeefs in zijn claim op het Zuiden.

< >