Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Gepubliceerd op 02-08-2017

Tencteren

betekenis & definitie

Tencteren [Lat. Tencteri], Germaanse stam, met de nauw verbonden → Usipeten door de eveneens Germaanse Suebi (Sueven) uit hun woongebieden ten oosten van de Rijn verdreven.

Na drie jaar omzwerven in Germanië vielen ze in 56 v.Chr. het gebied van de → Menapiërs binnen. Gestimuleerd door hun successen ondernamen ze plundertochten bij → Eburonen en → Condrusi. Deze acties veroorzaakten naar de zin van de Romeinen te veel onrust, daarom greep → Caesar in 55 v.Chr. hard in. In plaats van hun verzoek om woongebied links van de Rijn in Gallië in te willigen, bracht → Caesar de Tencteren en Usipeten in 55 v.Chr. een verpletterende nederlaag toe. Bijna alle 430 000 mannen, vrouwen en kinderen (ongetwijfeld een van Caesars gebruikelijke overdrijvingen) zouden zijn omgekomen. Alleen de toevallig afwezige ruiterij trok zich over de Rijn terug en mocht zich van de aldaar wonende Germaanse Sugambri in hun gebied vestigen, waarschijnlijk ten noorden van de Lippe. In 11 v.Chr. leefden de Tencteren ten oosten van de → Usipeten. Later trokken ze zuidwaarts, mogelijk omstreeks 8 v.Chr., toen de Sugambri ten zuiden van de Lippe door de Romeinen naar de linker Rijnoever werden gedeporteerd. Tijdens de opstand van de → Bataven in 69-70 n.Chr. (die zij steunden) woonden de Tencteren namelijk rechts van de Rijn, tegenover Keulen. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (Germania, 32) was dit aan het eind van de 1e eeuw nog zo, met ten noorden van hen de → Chamaven en ten zuiden de Usipeten. Ook Ptolemaeus' Geographica II, 11, 6 (ca. 170 n.Chr.) plaatst hen in het hetzelfde gebied. Daarna verdwijnen ze uit de geschiedenis.