Politieke delinquenten betekenis & definitie

Politieke delinquenten, personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door houding of gedrag blijk hadden gegeven van sympathie voor de vijand. In België werden zij → incivieken genoemd.

Op hen waren bijzondere wetten (1942 en 1944) van toepassing, ook met terugwerkende kracht. Deze wetten verklaarden de krijgsraden, tot uiterlijk 15.6.1949, tot de bevoegde rechtbank voor politieke delinquenten. Na 1944 werden zwaardere strafbepalingen ingevoerd, ondermeer in verband met het inschrijven op de lijsten van de auditeur, de openbare aanklager bij een krijgsraad. Zonder enige vorm van proces werden meer dan vijftigduizend mensen opgesloten door personen en organen die van niemand enige rechterlijke opdracht hadden gekregen. Onder het regime van de nieuwe wetgeving werden 632 000 zaken bij de auditoraten (militaire rechtbanken) aanhangig gemaakt. Hiervan werden 346 283 dossiers door het militair gerecht onderzocht; 57 052 leidden tot vervolging met als resultaat 44 236 veroordelingen. Van de 2940 ter dood veroordeelden werden er uiteindelijk 242 terechtgesteld. Het aantal personen dat op de lijsten van de auditeur werd ingeschreven bedroeg 43 093. Alleen al door het eenvoudige feit van deze inschrijving, zonder enige strafrechtelijke vervolging, konden zij uit een reeks van burgerrechten worden ontzet. Deze toestand duurde tot 1948. Slechts ongeveer de helft van deze personen werd van de lijsten geschrapt. Evenals in Nederland was de behandeling van gevangenen in de interneringskampen soms mensonwaardig, wat enkele vooraanstaande personen aan de kaak stelden (→ repressie).

In Nederland waren politieke delinquenten zij die strafbaar waren onder het Besluit Buitengewoon Strafrecht (1943) en het Tribunaalbesluit (1944) (→ collaboratie). Op grond hiervan werden na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal arrestaties verricht; ongeveer honderdvijftigduizend personen werden in concentratiekampen geïnterneerd. Het probleem van de grote aantallen die berecht zouden moeten worden werd opgelost door in circa negenentachtigduizend gevallen geïnterneerden na enige tijd zonder berechting vrij te laten. De tribunalen veroordeelden circa vijftigduizend personen; de bijzondere gerechtshoven zestienduizend. Ongeveer negenhonderd van deze zesenzestigduizend beklaagden kregen zware straffen: levenslang of een gevangenisstraf van meer dan vijftien jaar. Tegen 152 mensen werd een doodvonnis uitgesproken, waarvan er negenendertig werden voltrokken. Onder de geëxecuteerden bevond zich één vrouw, Ans van Dijk. Zij had ongeveer honderd joden verraden. De vele geïnterneerden die spoedig werden vrijgelaten kwamen onder toezicht van de Stichting Politieke Gevangenen, welk toezicht dikwijls vroegtijdig werd gestaakt. Een kamercommissie die in 1946 de nog bestaande honderdenzes kampen bezocht, met achtenzeventigduizend delinquenten, constateerde mensonwaardige toestanden en in sommige gevallen marteling. Pas bij Koninklijk Besluit van 11.11.1946 werd het kampleven gereglementeerd; het laatste kamp werd in 1950 gesloten.