Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Gepubliceerd op 02-08-2017

Pachtersoproeren

betekenis & definitie

Pachtersoproeren, ongeregeldheden in de Noordnederlandse Republiek, die gericht waren tegen de belastingpachters (1747-1748). De overheid verpachtte de heffing van de talrijke indirecte belastingen (→ impost) aan particulieren, die dan meer inden dan hun pachtsom, hetgeen tot allerlei vormen van afpersing leidde.

De ontevredenheid hierover resulteerde in het najaar van 1747 tot oproeren, die hun hoogtepunt bereikten in 1748, toen in Friesland woningen en kantoren van de pachters werden vernield. De beweging sloeg over naar Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en vooral naar Holland, waar oproeren in Haarlem, Leiden en Amsterdam ontstonden. Als gevolg van de oproeren werden in de voornaamste gewesten de pachters vervangen door ambtelijk aangestelde belastinggaarders. Het slechte systeem der indirecte belastingen bleef echter gehandhaafd.