Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Gepubliceerd op 02-08-2017

Noormannen

betekenis & definitie

Noormannen (of: vikingen), verzamelnaam voor uit Noorwegen, Denemarken en Zweden afkomstige mensen die door hun maritieme expansie in vrijwel geheel Europa grote betekenis kregen in de vroegmiddeleeuwse geschiedenis (8e-11e eeuw). De oorzaken van hun plundertochten en emigraties waren de zwakheid van de Westeuropese rijken (ten gevolge van de Arabische invallen en de desintegratie van het → Frankische Rijk), de schraalheid van de Scandinavische bodem, het eerstgeboorterecht en de onderwerping aan het gezag van één Koning, waartegen de kleinere vorsten zich verzetten.

Rond 790 verschenen de eerste Noormannen voor de kust van Engeland, vanaf het begin van de 9e eeuw gevolgd door jaarlijkse invallen in Ierland.

De plunderingen in de 9e eeuw richtten zich verder op het Frankische Rijk, bijvoorbeeld op de steden Antwerpen, Utrecht, → Dorestad (onder andere tussen 834-837), Doornik (in 880 verwoest), Atrecht (in 884 verbrand) de → gouw Mempiscus (in 850 verwoest) en de gouw Terwaan (in 850 en in 860 verwoest). Een doelmatiger verdedigingsstelsel in West-Francië in de tweede helft van de 9e eeuw remde hun aanvallen af. Bovendien leden zij in 881 een nederlaag tegen Lodewijk III van West-Francië in Saucourt-en-Vimeu, terwijl → Arnulf van Karinthië hen in 891 bij Leuven versloeg, een overwinning die het definitieve einde van hun tochten inleidde. Sindsdien worden nog slechts incidentele plundertochten in de Nederlanden vermeld. De laatste invallen in de Nederlanden dateren uit 1006 (Tiel) en 1007 (Utrecht).

In het kader van de verdediging van het Frankische Rijk, gaf Lotharius I in 841 (wellicht deed → Lodewijk de Vrome in 839 reeds hetzelfde) aan → Rorik en Harald Friese gebieden, waaronder Walcheren, in leen. In 850 kreeg Rorik opnieuw een leengebied en werd Dorestad het centrum van zijn rijk in Friesland. → Godfried de Noorman werd door keizer Karel III de Dikke met Friesland beleend. Drie jaar later werd Godfried vermoord door Gerulf, de waarschijnlijke stamvader van het latere Hollandse gravengeslacht. Deze Gerulf werd in 889 in zijn bezit bevestigd, terwijl Diederik, naar alle waarschijnlijkheid een zoon van eerstgenoemde, in 916 graaf over dit gebied werd.

Vanaf 865 vestigden de Noormannen zich in een groot deel van oostelijk Engeland, van East Anglia tot Northumbria, een gebied dat de Danelaw vormde. In de 11e eeuw vormden de Denen onder Sven Gaffelbaard (985-1014) en Knut de Grote (1014-1035) een rijk dat behalve Denemarken, ook Noorwegen en Engeland omvatte.

De dood van Knut de Grote betekende echter het einde van dit rijk. In het Frankische Rijk vestigden de Noormannen zich blijvend in het naar hen genoemde Normandië (911), van waaruit zij in 1066 Engeland opnieuw veroverden (Slag bij Hastings) en een Noormannenstaat op Sicilië stichtten (11e eeuw). Zij vestigden zich ook op de eilanden ten noorden van Engeland, op IJsland en op Groenland en ondernamen van daaruit tochten naar Noord-Amerika, dat ze Vinland noemden. Vanuit Zweden drongen zij in Rusland door, waar zij ze aan de basis van de eerste staatsvorming (Kiev) stonden.

Behalve krijgers en plunderaars waren de Noormannen ook kooplieden. Beroemd zijn hun handelsplaatsen Birka in Zweden en Haithabu (Hedeby) in Sleeswijk.

< >