Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Gepubliceerd op 02-08-2017

2017-08-02

Ding

betekenis & definitie

Ding (geding), volksvergadering; Oudgermaanse aanduiding voor de vergadering van de dinggenoten in een rechtskring, ter uitoefening van de rechtspraak en om te beslissen over zaken die het belang van het volk betroffen.

De rechter kondigde de besluiten af en zorgde in enkele gevallen voor de uitvoering ervan. Het ding werd volgens vaste regels gehouden. Het terrein waar het ding werd gehouden, werd afgebakend door het spannen van koorden aan hazelaarstakken, of door vier `scarnen' (banken), vandaar de uitdrukking `vierschaar spannen'. Er waren speciale bewoordingen (dingtaal). Al deze regelingen moesten ervoor zorgen dat het ding op de voorgeschreven wijze werd afgehandeld. Dingplichtigen waren verplicht aanwezig te zijn tijdens het ding; dit kon betekenen dat men zijn werk in de steek moest laten om de dingplicht te vervullen. In de landsheerlijke tijd werden de deelnemers van het ding gevormd door de bezitters van een volle hoeve (→ buur). In de steden waren de → poorters dingplichtig.