Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Gepubliceerd op 02-08-2017

Curaçao

betekenis & definitie

Curaçao, grootste eiland van de Benedenwindse Eilanden, met de meeste inwoners. In 1499 zag Alonso de Ojeda als eerste Europeaan het eiland.

In 1527 werd het door de Spanjaarden bezet. Johan van Walbeeck veroverde Curaçao in 1634 voor de wic. Van 1643-1647 was Pieter → Stuyvesant er gouverneur. Na het verlies van → Brazilië (1654) ontwikkelde Curaçao zich tot het centrale slavendepot van de wic. Na het aflopen van het octrooi van de wic (1791) kwam het eiland onder direct gezag van de Staten-Generaal. De afschaffing in 1794 van de slavernij in het Franse Saint-Domingue veroorzaakte in 1795 een grote slavenopstand op Curaçao. Van 1800-1803 en van 1807-1816 werd het bezet door de Engelsen. In 1816 werd bij het Verdrag van Londen het Nederlandse gezag op Curaçao erkend. Het eiland bleef in de 19e eeuw noodlijdend. In 1863 werd er, evenals op de andere Westindische eilanden die in Nederlands bezit waren, de slavernij afgeschaft. Door olievondsten in Venezuela begon een economische opbloei; Venezolaanse olie werd sinds 1918 in schepen naar Curaçao vervoerd en daar geraffineerd. In 1916 bouwde de Koninklijke Petroleum Maatschappij er een olieraffinaderij. Na de vestiging van de olie-industrie stroomden duizenden mensen van allerlei herkomst naar het eiland, waardoor het vroegere bevolkingspatroon geheel werd doorbroken. Op 8.6.1929 werd Curaçao overrompeld door een bende Venezolanen onder `generaal' Urbina, die het eiland enige tijd bezet hield. In 1949 werd algemeen kiesrecht ingevoerd.

In 1951 kwam de eerste eigen landsregering tot stand, gebaseerd op de nieuwe Eilandenregeling; in 1954 gevolgd door het → Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. De automatisering in de olie-industrie in de loop van de jaren zestig veroorzaakte een omvangrijke structurele werkloosheid. De opkomende vakbeweging kon niet veel uitrichten. Zij stond tegenover een nog patriarchale regering in een samenleving met grote welvaartsverschillen, waarin de economische macht bij buitenlanders en afstammelingen van de vroegere blanke bovenlaag berustte. De onlustgevoelens onder de bevolking kwamen in een opstand op 30.5.1969 tot uiting, die slechts met hulp van Nederlandse mariniers bedwongen kon worden. Halverwege de jaren tachtig werd de olieraffinaderij gesloten. De Curaçaose economie richtte zich toen in toenemende mate op het toerisme en de dienstverlenende sector.

< >