Lexicon Energiemarkt

Jean-Paul Pinon (2003)

Gepubliceerd op 13-09-2021

Beschikking hebben over transportcapaciteit

betekenis & definitie

Hieronder wordt in artikel 31a Elektriciteitswet 1998 verstaan het beschikken over transportcapaciteit door de afnemer, leverancier, of handelaar zelf, dan wel tezamen met anderen, die werkzaam zijn voor de afnemer, leverancier of handelaar, die in een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verbonden zijn met de afnemer, leverancier of handelaar, die in de zin van artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een deelneming hebben in de afnemer, leverancier of handelaar, of die anderszins met de afnemer, leverancier of handelaar verbonden zijn (artikel 31a, tweede lid, Elektriciteitswet 1998).

Het is een afnemer, leverancier of handelaar verboden al dan niet middellijk of onder voorwaarden de beschikking te hebben over een hoeveelheid transportcapaciteit op het landsgrensoverschrijdende net die groter is dan 400 MW (artikel 31a, eerste lid, Elektriciteitswet 1998). Voor de vier oude productiebedrijven kan een afwijkende regeling vastgesteld worden in verband met het uitvoeren van de (oude). SEP-langetermijnimportcontracten, met dien verstande dat de vier bedrijven gezamenlijk over niet meer dan 1600 MW mogen beschikken (artikel 31a, derde lid, Elektriciteitswet 1998).

In een brief aan TenneT over artikelen 13 en 16, onderdeel L, van de Overgangswet elektriciteitsproductiesector (te vinden op www.dte.nl). heeft de directeur van de DTe aangegeven dat de wettekst niet aangeeft op welke wijze dit maximum van 400 MW moet worden uitgelegd. Hij merkt op dat hiervoor in principe drie relevante mogelijkheden zijn:

1). het maximum van 400 MW geldt voor de sommatie van de op de veiling verworven import- en exportcapaciteit;
2). het maximum van 400 MW geldt voor de netto capaciteit die overblijft na saldering van de verworven import- en exportcapaciteit; of
3). het maximum van 400 MW geldt alleen voor de importcapaciteit.

De toelichting op het amendement 22 (dat de aanleiding is geweest voor invoeging van artikel 31a in de Elektriciteitswet 1998). geeft aan dat dit maximum is opgenomen om te voorkomen dat partijen een dominante macht kunnen opbouwen bij het verkrijgen van importcapaciteit. Hij merkt op dat een maximum op de hoeveelheid capaciteit die overblijft na saldering van importen en exporten onvoldoende garanties biedt om een dergelijke dominantie te voorkomen, zodat de tweede interpretatie hem niet mogelijk lijkt. De eerste interpretatie leidt in zijn ogen tot de onwenselijke situatie dat partijen die exporteren daardoor hun mogelijkheden voor importen zien verminderen, hetgeen niet de bedoeling van de wetgever lijkt te zijn geweest. Derhalve is de interpretatie dat het maximum van 400 MW alleen op de importcapaciteit van toepassing is (optie 3)., naar de mening van de directeur DTe het meest in lijn met de bedoeling van de wetgever.

De directeur DTe geeft voor alle duidelijkheid in de brief verder aan dat artikel 31a Elektriciteitswet 1998 een andere strekking heeft dan artikel 5.6.11.3 NetCode, daar het maximum van 400 MW van de NetCode alleen van toepassing is per programmaverantwoordelijke en de wet dit uitbreidt (zie boven voor weergave van artikel 31a, tweede lid, Elektriciteitswet 1998)., daar de bepaling van de NetCode alleen geldt op het moment van nominatie (uit de wetstekst volgt dat het maximum op elk moment in acht genomen moet worden). en dat de bepaling in de NetCode ook alleen betrekking heeft op de som van de capaciteit die verkregen was op basis van de langetermijnimporten, op de jaarveiling en de maandveiling (de wet betrekt hierbij ook de capaciteit verkregen op de dagveiling).

Zie ook: afnemer, D: deelneming, D: handelaar, D: leverancier, D: transportcapaciteit.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.