Pot betekenis & definitie

Pot - vrouw die van vrouwen houdt. Het woord is afgeleid van lollepot.

Aanvankelijk werd het als scheldwoord gebruikt. In de jaren zeventig werd pot, net als flikker door homo-mannen, door lesbisch-feministen tot geuzennaam verheven. Lesbisch feministen propageerden de ‘coming-out’ politiek als een nieuwe bevrijdingsstrategie. (..) De tijd van een leven in geheimhouding en verborgenheid was afgelopen en moest plaats maken voor de ‘pottentrots’. (Van Kooten Niekerk & Wijmer, 1985). Het verschil tussen pot en lesbienne was, dat pot de politieke variant was. Wij gebruiken het woord ‘pot’ omdat dat ons het meeste aantrekt. Voor ons betekent pot de verbintenis tussen lesbies zijn en het verzet tegen de norm van de heteroseksualiteit. (Scriptie over pottencultuur, 1979).

Zo verschenen er op muren in paars geverfde letters leuzen als: Laat je niet bedotten, alle vrouwen potten. Oudere lesbiennes vinden het woord ‘pot’ nog steeds een scheldwoord; zij zien niet het bevrijdingselement in de omkering van scheldwoord tot geuzennaam. In de jaren tachtig wordt pot als tamelijk neutrale aanduiding gebruikt. Twee potjes in Goes begonnen een pottentent.

Niet lang daarna moesten ze met kaakfracturen in het ziekenhuis worden opgenomen. (Haagse Post, 17-1-1981). Er zijn volop varianten op het woord pot in omloop: Albert Cuyppot, anarchopot, arbeiderspot, arropot, bakkertjespot (Nijmeegs, pot die uitgaat naar de Nijmeegse disco Het Bakkertje), barpot, bloempot, Bonneteriepot, brompot, C&A-pot, closetpot, confectiepot, corpspot (kakpot), doofpot (dove pot), duukpot, heteropot, hormonenpot, huistuin- en keukenpot (dame die niet uitgaat, die zich niet in het circuit begeeft), kantoorpot, kaplaarzenpot, kaspot, kastpot, klefpot, kloonpot, leerpot, likkepot, machopot, molenpot, mopperpot, motorpot, Orkapot (van het voormalig pottencafé Orka La Rosé), plakpot, plattelandspot, pottebel, pottenmeid, pottentrien, pottenwijf, pseudopot, Rembrandtpleinpot, rugzakkenpot, Saareinpot, secretaressepot, smpot, sociopot, spaarpot (rijke, zuinige lesbo), stiekeme pot, Telegraafpot, tvpot, Veronicapot, verrekijkerpot, verzetspot, Vivelaviepot, voetbalpot, weekendpot en yuppot. Er bestaat ook een veelheid aan uitdrukkingen met het woord pot, bijvoorbeeld een beetje pot, een pot als een paard en op ieder potje past een deksel. Zie ook basisgroeppot, bospot, camouflagepot, carrièrepot, gelegenheidspot, groene pot, Hemapot, hutspot, kaspot, kraakpot, lollepot, lolliepop, mannetjespot, Petronella Pot, plizeepot, post-Stonewall pot, pot au feu, pot uit balans, potje potent, potteus, pottienne, protopot, provinciepot, rolpot, sigarenpotje, stille pot, theoretische pot, undercoverpot, vierkante mantelpakkenpot, vrouwtjespot, zonnebankpot.