ōris, m.
1. in ’t alg., verzorger, bestuurder, beheerder, plaatsvervanger, regni, Caes.
2. in ’t bijz., rentmeester, zaakgelastigde (van een grondbezitter); beheerder der keizerlijke inkomsten (zowel te Rome als in de provincies), procurator, pr. Caesaris, Tac., pr. Iudaeae, Tac.