De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Gepubliceerd op 13-06-2020

Tarwe

betekenis & definitie

(Triticum), behorende tot de fam. der Grassen*. In het wild groeien Kweek*, Hondstarwegras enz.

Gekweekte soorten hebben korte, dikke aartjes. Het meest verbouwd worden de soorten Gewone T. (Tr. vulgare), waarbij men zomer- en winter T. onderscheidt; verder Engelse T. (Tr. FII turgidum) en Harde T. (Tr. durum). In ons I land, en elders, heeft men veel variëteiten “ gezocht en gekweekt, die zich het best lenen voor een bepaald klimaat of bodem (o.a. kruising tussen T. en Kweek). Hierdoor is in ons land de opbrengst van Winter T. van 19,3 hl per ha in 1850/60 gestegen tot 39 hl per ha in 1928/37. Gemiddelde jaaropbrengst zeer verschillend.

In Nederl. waren in 1935 153.000 ha land met T. bezet. Waarde tarwe-oogst 1947/48 ƒ 35 millioen. In België was ca 125.933 ha met wintertarwe, 17.213 ha met zomertarwe bezet.