De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Gepubliceerd op 13-06-2020

Koningen

betekenis & definitie

twee Bijbelboeken, die in de Hebreeuwse kanon oorspronkelijk één geheel vormden. De R.K. lezing duidt ook de boeken Samuël als K. aan, zodat hier 1 en 2 K. als 3 en 4 geteld worden.

K. sluiten aan op de Samuël-boeken en behandelen achtereenvolgens de regering van Salomo (I K. 3—11) en de geschiedenis der koningen van Israël en Juda tot aan de val van Jeruzalem in 586 v. C. (I K. 12 II K. 25).Doel van de schrijver is de koningen te belichten in en te beoordelen naar hun godsdienstige houding, waarbij alleen Hizkia en Josia op grond van hun ingrijpende hervormingen genade vinden in zijn ogen. Voor al wat buiten het terrein van de eredienst valt verwijst hij naar zijn bronnen, vnl. de ons onbekende „kronieken der koningen van Israël resp. Juda” (niet te verwarren met de gelijknamige kanonieke boeken). I K. 17-19 en 21 bevat verhalen over Elia, II K. 2-8 en 13 over Elisa.