De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Gepubliceerd op 13-06-2020

Geschiedenis

betekenis & definitie

In Oudh. en M.E. verdeeld tussen 2 volkeren: de Zweden in het N., de Goten in het Z. Christendom ingevoerd in 11e eeuw.

Onder de Folkungen (1250-1363) smolten Zweden en Goten samen.

1397 Unie van Kalmar: Denemarken, Noorwegen en Zweden onder één, Deense, dynastie.
1520-1523 Z. maakt zich onder Gustaaf Wasa (1523_1560) onafhankelijk.
1527 Het Lutheranisme wordt de nationale godsdienst.
16e-18e eeuw: Z. tracht de heerschappij over de landen rondom de Oostzee te verkrijgen, hetgeen leidt tot herhaalde oorlogen met Denemarken, Polen, Brandenburg en Rusland. Ondanks de overwinningen van Gustaaf Adolf (1611-1632), Karel X (1654-1660) en Karel XII (1697—1718) wordt het doel niet bereikt. Onder Ulrike Eleonore en haar gemaal Frederik van Hessen-Cassel (1720-1751) gaan de Duitse bezittingen en de Oostzee-provincies verloren.
1818 Het Huis Wasa sterft met Karel XIII uit. De Fr. maarschalk Bernadotte beklimt als Karel XIV (1818-1844) de troon; opgevolgd door Oscar I (1844-1859), Karel XV (1859-1872), Oscar II (1872-1907) en Gustaaf V (1907-).
1866 Nieuwe staatsregeling: Rijksdag met 2 kamers ingevoerd.
1905 De sinds 1814 bestaande Unie met Noorwegen door dit land verbroken.
1907 Algemeen kiesrecht ingevoerd;
1909 Evenred. vertegenwoordiging.
1914-1918; 1939-1945: Zw. handhaaft zijn neutraliteit.