De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Gepubliceerd op 07-06-2020

Ecuador

betekenis & definitie

Staatsvorm: republiek.

Staatshoofd: Carlos J. Arosemena (sedert 1947)

Oppervlakte: 451.180 km2.

Bevolking: 3.241.000 inw. (1944).

Vlag: geel, blauw, rood (2:1: 1), horizontaal.

Wapen: Ovaal schild, waarop rots aan zee, waarboven een regenboog, waarin een gouden zon en tekens van de dierenriem. Op de achtergrond een stoomschip; aan de voet van het schild een lictorenbundel, links en rechts twee vlaggen en er boven een condor met uitgespreide vleugels.

Hoofdstad: Quito (211.000 inw.).

Munteenheid: Sucre

Godsdienst: R.K.

Staat in Z.-Amerika aan de Equator, begrensd door Columbia in het N., Peru in het O. en Z. en de Stille Oceaan in het W. Het heeft een oppervlakte van 451.180 km2, waarvan 7430 km2 wordt ingenomen Wapen van Ecuador door de Galapagos-eilanden. Twee hoge en evenwijdige ketens van de Andes doorkruisen het land van N. tot Z. De hoogste top van de Westel. keten is de vulkaan Chimborazo (6310 m), van de Oostel. keten de Cotopaxi (5943 m). Tussen de Westel. keten en de kust ligt een vruchtbare maar hete en moerassige kustvlakte, met tropisch klimaat. Door de hoogteverschillen kent het land ook sterke klimaatverschillen.

Het land heeft 3.241.000 inw., waarvan 60 % indianen, 25 % mestiezen, 15 % blanken. Landbouw is het belangrijkste bestaansmiddel. Cacao is het voornaamste product, geteeld in de kustvlakte en de lage rivierdalen, met koffie, bananen, rijst, suikerriet, tabak en katoen. De plateau’s en de bergdalen worden benut voor veeteelt en verbouw van graan en aardappelen. Het belangrijkste industriële product van Ê. is de panamahoed. De voornaamste mineralen die worden gewonnen zijn goud, zilver, koper, lood en petroleum.

Het land is de voornaamste leverancier van de wereld van het lichte balsahout. De belangrijkste uitvoerproducten zijn: rijst (41 %), cacao (14 %), strohoeden (14 %), metalen, koffie en petroleum.

Het land wordt bestuurd door een president, direct gekozen voor 4 jaar, en een Kamer van Afgevaardigden, door de provincies voor 2 jaar gekozen. Daarbij nog speciale afgevaardigden, gekozen door beroeps-, culturele, zakenen ras-groeperingen. Het kiesrecht hebben alle alphabeten, mannen en vrouwen.