Kristi Gansner-Lotte

Gansner&Lotte

Gepubliceerd op 02-02-2015

2015-02-02

wijndruiven

betekenis & definitie

Een druif is een vrucht die gebruikt wordt voor het maken van wijn.De meeste druivenrassen die gebruikt worden voor het maken van wijn stammen af van de de druivensoort Vitis Vinifera. Deze druiven zijn vaak kleiner en compacter dan tafeldruiven.

Druiven van de soort Vitis Vinifera bevatten minder water, meer suiker en meer zuur dan andere soorten. Het sap is bijna altijd blank. Er zijn meer dan 1000 soorten bekend. Kleine verschillen in omstandigheden kunnen grote kwaliteitsverschillen in de druiven opleveren. Het terroir heeft een grote invloed op de kwaliteit van de druiven. Ook de groei en de bloei van de druivenstok hebben invloed op de kwaliteit van de druiven. Druivenstokken moeten op de juiste moment gesnoeid worden, aan het eind van de winter. Als de temperatuur boven de 10 graden Celsius komt gaat de druif groeien. Er komen jonge twijgen en kleine bloemen. Na bevruchting worden die omgezet in druiven die ongeveer 100 dagen nodig hebben om te rijpen. Tijdens dit proces controleert de wijnboer de plant. Niet alleen op ziekten maar ook of deze te veel of te weinig zon heeft. Overtollig blad wordt gesnoeid. Aan het eind van de rijpingsperiode bepaalt de wijnboer het moment van oogsten. Hierbij houdt hij rekening met het suiker- en zuurgehalte van de druif, het risico op het uitbreken van ziekten en de beschikbaarheid van arbeidskrachten.