Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

Gepubliceerd op 11-11-2021

speler

betekenis & definitie

m. spelers, spelertje (1 iem., die speelt, inz. die veel speelt in bet. 3; 2 iem., die muziek maakt, toneelspeelt).

1. een kaartspeler; hij is een verslaafd aan het spel;
2. een harpspeler, toneelspeler; vr. speelster, speelsters.