Gepubliceerd op 11-11-2021

nagelen

betekenis & definitie

nagelde, h. genageld (1 spijkeren; vastslaan met een spijker of nagel; 2 zekere manier van knikkeren [onbedreven]):

1. Jezus werd aan het kruis genageld; fig. hij stond als aan de grond genageld, onbeweeglijk van schrik enz.;
2. die jongen nagelt, wat kan men verwachten van een nagelaar?

< >