Gepubliceerd op 11-11-2021

bijzonder

betekenis & definitie

I. bn. (1 eigen, in tegenstelling met algemeen, gemeenschappelijk; 2 privaat, particulier, in tegenstelling met openbaar; 3 afwijkend van het gewone; 4 een zeer hoge graad hebbende van de door het bepaalde snw. genoemde hoedanigheid):

1. een bijzonder geval; iems. bijzondere belangen;
2. de bijzondere kas van den koning; het bijzonder onderwijs, niet openbaar;
3. daar is niets, niet veel bijzonders aan;
4. bijzondere eerbied, gunst, een bijzondere vriend, intieme;

II. bw. (1 inzonderheid, vooral; 2 in hoge mate, zeer):

1. meer bijzonder onder mijn toezicht staan;
2. dat treft bijzonder goed; nog: in het bijzonder, (spreek uit: bizonder) afzonderlijk, tot in bijzonderheden, vooral.

< >