Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

Gepubliceerd op 26-09-2019

2019-09-26

aangenaam

betekenis & definitie

1 bn.; aangenamer, -st (1 van hetgeen men gaarne aanneemt, ondervindt, voelt, ziet, hoort enz.: prettig, genoeglijk, behaaglijk, zoet, liefelijk; 2 beurst.: willig): 1 een — gezelschap; zich bij iem. — maken, iems. gunst weten te verwerven; kennis (te) maken; het was mij (zeer) — (te vernemen); 2 oliewaarden -;

2 bw. (op een wijze, die aangenaam is): wandelen, bij elkander zijn;
3 -gename, o.: het met het nuttige verenigen.