Stormvloed betekenis & definitie

Een stormvloed is een sterke verhoging van de zeespiegel langs de kust door de wind.

Een stormvloed is een extra verhoging boven het astronomisch getij (eb en vloed). Stormvloed wordt ook wel een opzet genoemd. De verhoging hangt af van de windrichting en windkracht over de hele Noordzee. Een trechtervormige kustlijn kan de stormvloed nog verder verhogen. Ook een diepe zee en in mindere mate lage luchtdruk kunnen bijdragen aan een verhoging.

De zon en de maan bepalen het astronomisch getij. De maan staat het dichtst bij de aarde en oefent de grootste aantrekkingskracht uit op het water. Als zon en maan met de aarde op één lijn staan, is de aantrekkingskracht maximaal en spreekt men van springtij. Tijdens springtij bereikt het water zijn hoogste stand. Komt hier een storm overheen dan komt het water nog hoger. Gemiddeld eens in de twee jaar hebben we een lage stormvloed, die de dijken gemakkelijk aankunnen. Gevaarlijker, maar ook zeldzamer, zijn middelbare (eens in de tien tot honderd jaar) en hoge stormvloeden (eens in de honderd tot duizend jaar).

De watersnood van 1 februari 1953 was de enige hoge stormvloed in de twintigste eeuw. Bij Hoek van Holland werd 385 centimeter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP) gemeten. Voor het astronomisch getij bedroeg dit 80 centimeter. De extra verhoging door de storm was dus 305 centimeter. Bij Vlissingen kwam het water tot +455 centimeter.

Gepubliceerd op 13-04-2016