Zwijndrechtsche Nieuwlichters betekenis & definitie

Godsdienstig-communistische broederschap, met het doel te leven „naar het voorbeeld der eerste Christenen”, volgens de oprichtingsacte, gedateerd: Puttershoek 1823. De broederschap huisde aldaar in een oude, bovenlandsche aak en ging later over naar Zwijndrecht.

De voornaamste figuren waren Stoffel Mulder, Maria Leer (die, nadat Mulder vrouw en kinderen verliet, met hem huwde) en Dirk Valk, die evenwel nog vóór de oprichtingsacte de broederschap verliet om een andere gemeenschap te Mijdrecht te stichten.De leer der Z.N. kan als volgt samengevat worden: Alles is uit, door en tot God; de mensch heeft geen zedelijke vrijheid; het begrip „zonde” is maar een menschelijke onderscheiding; straf als openbaring van Gods toorn is onhoudbaar, ze is slechts verbeteringsmiddel; er is geen eeuwige straf, want allen worden eens zalig; militaire dienst moet geweigerd.

In 1833 stierf Mulder en na zijn dood trachtte Maria Leer de gemeenschap der vrouwen in te voeren, waarbij zij zelf het schaamtelooze voorbeeld gaf. Hierdoor werd de scheuring veroorzaakt tusschen de kolonie te Mijdrecht van zuster Valk en die te Zwijndrecht van zuster Leer. In 1843 werd de Zwijndrechtsche vereeniging officieel ontbonden, in 1846 die te Mijdrecht. Maria Leer ging tot de modernen over.

Lit.: G. P. Marang, De Z.N. (diss., 1909); D. N. Anagrapheus, De Z.N. volgens de gedenkschriften van Maria Leer (1892); Meertens, De oudste geschr. der Z.N. (in: Ned. Arch. v. Kerkgesch., XVIII 1925). Lammertse.