Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 08-01-2020

Wijs

betekenis & definitie

(Lat. modus) noemt men in de grammatica de verschillende vormen, die het werkwoord bezit, tot uitdrukking van de modaliteit. In het Nederlandsch hebben wij afzonderlijke vormen voor den indicativus of aantoonende wijs, bijv. hij komt, den imperativus of gebiedende wijs, bijv. kom, en den conjunctivus of aanvoegende wijs, bijv. hij kome, welke laatste ook gebruikt wordt voor den optativus of wenschende wijs.

Hierbij kan nog genoemd worden de ➝ infinitivus of onbepaalde wijs. De conjunctivus raakt in het Ned. meer en meer in onbruik, in het Mul. komt hij veelvuldiger voor.

Het Grieksch en Sanskrit bezaten een aparten modus voor den optativus. Andere vormen van modaliteit moeten op andere wijze worden uitgedrukt, met toevoeging van modaliteitswoorden bij een der genoemde w. of in den toon van het gesprek.

Zoo bijv. de adhortativus of aansporende w., een minder scherp gebiedende wijs, de dubitativus, waarin twijfel over de vervulbaarheid ligt opgesloten, de potentialis, die een mogelijkheid aangeeft, en de irrealis, die uitdrukt, dat het verlangde niet geschiedt.v. Marrewijk.