Walther Hermann Nernst betekenis & definitie

Duitsch phvsico-chemicus. * 25 Juni 1864 te Briesen. In 1922 werd hij president van de Physikalisch Techn.

Reichsanstalt te Berlijn; 1924-’33 prof. in de natuurkunde te Berlijn. N. behoort met Ostwald, van ’t Hoff en Arrhenius tot de grondleggers van de physische chemie.

Zeer bekend is zijn theorie van het evenwicht van chemische reacties en van de derde hoofdwet (warmtetheorema van Nernst; zie onder). Voor de lichttechniek was de Nernstlamp van belang (➝ Gloeilamp).

Met de firma Bechstein ontwierp hij den Neo-Bechsteinvleugel. In 1920 kreeg hij den Nobelprijs voor chemie.Werken: Das Weltgebäude im Lichte der neueren Forschung (1921); Einführung in die mathemat. Behandlung der Naturwiss. (met Schönfliesz, 111931); Die theoret. und experim. Grundlagen des neuen Wärmesatzes (Halle 1918).

J. v. Santen.

Warmtetheorema van Nernst Hierin zijn verwerkt de ervaringsfeiten over den samenhang tusschen warmte en arbeid, die echter niet uit de 1e en 2e hoofdwet volgen. Men noemt het daarom ook wel de 3e hoofdwet, welke zich ook zoo laat formuleeren, dat bij het absolute nulpunt de entropie van een chemisch homogeen lichaam van eindige dichtheid onafhankelijk van zijn verderen toestand de waarde nul heeft. N. zelf had de gevolgtrekking gemaakt, dat de entropie constant zou zijn, terwijl later Planck er de waarde nul aan toekende. Uit het theorema volgt nu, in verbinding met de 1e en 2e hoofdwet, dat de soortelijke warmte, onafhankelijk van druk en volume, naar nul gaat als de temp. naar nul gaat. Onder bepaalde aannamen kan men dan de onbereikbaarheid van het absolute nulpunt bewijzen.

J. v. Santen.

Voor het Nernsteffect, zie ➝ Galvanomagnetische en thermomagnetische effecten.

Voor de Nernststift of Nernstlamp, zie ➝ Gloeilamp.