Parabel uit het Nieuwe Testament (Lc.15.11 vlg.), waarin verhaald wordt van den zoon, die na zijn erfdeel in losbandigheid verkwist te hebben, van zijn vader de gevraagde vergiffenis verkrijgt en weder in liefde wordt aangenomen. In deze parabel wordt Gods barmhartigheid ten opzichte van den zondaar voorgesteld.
Voorstelling in de kunst De parabel van den V. Z. vindt men in verschillende scènes in Byzantijnsche handschriften, in Evangeliaria (Goslar), Armenbijbels en in het Speculum humanae salvationis; enkel historisch weergegeven, niet symbolisch, vinden we de geschiedenis van den V. Z. in de glasramen van Chartres, Bourges; verder in de sculptuur aan de kathedraal van Auxerre: de V. Z. als lichtzinnig jongeling, die met dobbelsteenen speelt en zich met vrouwen ophoudt; ook badend en bedelend (tapijt te Marburg); in verschillende scènes geven hem A. Dürer, A. Carracci, Hier. Bosch, Jan van Heinessen, Murillo, Rubens, Rembrandt, Holbein, Teniers e.a.
Lit.: K. Künstle, Ikonographie der christl. Kunst (1928, 401); K. Smits, Iconografie van de Ned. Primitieven (1933, 76-77); van Hall, Repertorium (1936, passim). p. Gerlachus.