Vaticaansche bibliotheek betekenis & definitie

Vaticaansche bibliotheek - Ofschoon de pausen reeds van de eerste tijden af enkele boeken en handschriften verzameld hebben, dateert de Vat. B. als publieke instelling van paus Nicolaas V (1447— 1455).

Hij schonk aan de bibliotheek 340 handschriften en stelde ambtenaren aan, om de bibliotheek te verzorgen en andere handschriften te verzamelen. Zijn opvolgers zetten dit werk voort, zoodat de bibliotheek snel groeide. Daarbij kwamen groote schenkingen van andere reeds lang bestaande boekenverzamelingen, waarvan de voornaamste zijn: 1°de bibliotheca Palatina, dat is de boekenschat van Frederik V van den Palts, die door Maximiliaan I van Beieren in 1622 aan den paus geschonken werd; 2°de bibliotheca Urbinatensis, door paus Alexander VII van de stad Urbino gekocht; 3°de bibliotheca regina, die eens behoorde aan de katholiek geworden Christina van Zweden en onder Alexander VIII aan het Vaticaan is gekomen; ten slotte nog eenige verzamelingen, die oorspronkelijk in het bezit waren van kardinalen, als Ortoboni, Barberini en Chigi. Deze groote fondsen zijn afzonderlijke afdeelingen gebleven en hebben eigen, meest geschreven (enkele reeds gedrukte) catalogi. De geheele bibliotheek bevat 60 000 handschriften en 500 000 boeken. Van de boeken bestaat een algemeene catalogus volgens het systeem Washington, tegelijk voor namen van schrijvers en zaken.

Lit.: Guide-Manuel des Bibliothèques de Rome, publié par l’institut historique Néerlandais (Rome 1932).

Post.