Reclame betekenis & definitie

(technisch en economisch) omvat alle activiteit, strekkende

1° tot het bekendheid geven aan producten of diensten, die men heeft aan te bieden,
2° ook tot het beïnvloeden van de menschen om tot aankoop van deze producten of het gebruik maken van deze diensten over te gaan. R. is dus de op massafabricatie afgestemde afzet-methode. Men onderscheidt: mondelinge r. (voorheen: omroepers, thans reclame-lezing, reclame-liedje, r. door de radio); graphische r., d.w.z. alle r., die gebruik maakt van het geschreven of gedrukte woord, of beeld (➝ advertenties, drukwerken, verpakkingen, briefpapier, ➝ aanplakbiljetten, maar ook licht-, filmreclame e.d.). R. door het artikel te toonen of te laten probeeren (bij demonstraties, tentoonstellingen, modeshows, r.optochten, in etalages, door monsters e.d.); r. door aan het artikel verbonden gunsten (cadeau’s, lokartikelen, gelegenheidsaanbiedingen, gratis concerten of voorstellingen). Vanzelfsprekend kunnen al deze reclamemiddelen gecombineerd voorkomen.

(Zie ook het art. ➝ Reclameverordening.)

Geschiedenis. In de Oudheid was de r. eerst uitsluitend acoustisch, daarna werd ze hoe langer hoe meer optisch (hetgeen zeer veel tot de groote vlucht der r. heeft bijgedragen, omdat 83% van alle indrukken de menschen door de oogen bereiken en slechts 17% door alle andere zintuigen gezamenlijk). Omroeper en marktschreeuwer waren bijgevolg de oudste representanten van het reclamewezen. In de nieuwe staatsvormen, die op de puinen van het Romeinsche wereldrijk werden gevestigd, ontbrak voor r. voorloopig iedere behoefte. De steden telden grootendeels maar weinig inwoners; de verhoudingen waren overzichtelijk. Wanneer rondreizende kooplieden hun waren eenige dagen uitstalden of een reizend arts of kwakzalver patiënten zocht, enz., kunnen zij van een omroeper gebruik hebben gemaakt.

Geregeld mochten de wijnhandelaren als privilege van zoo iemand gebruik maken. De clamator vini (wijnroeper) had tot taak om te roepen, waar en tot welken prijs wijn werd geschonken. In Parijs waren deze wijnroepers zelfs in een gilde vereenigd, welker statuten in 1268 werden geregistreerd. Tegelijk fungeerden zij ook als dooden-omroepers! De corporatie, daarom genoemd „Jurés Crieurs de Corps et de Vins”, had bovendien het exclusieve recht, het verlies van voorwerpen en het zoek raken van kinderen bekend te maken. Naast de omroepers kwamen in de M.E. hoogstens nog uithangborden in aanmerking. Voor aanplakbiljetten, prospectussen en andere gedrukte r. ontbrak voorloopig iedere gebruiksmogelijkheid, omdat de kunst van het lezen bij de hoogere zoowel als de lagere standen slechts zeldzaam was. Speciaal de ontwikkeling van het krantenwezen heeft de omroepers in den modernen tijd overbodig gemaakt (➝ Advertentie).

Heden ten dage is r. een complete industrie geworden, waar constructie-werken afgeleverd worden, opgebouwd uit woorden en beelden (het zgn. artwork). Waar ingewikkelde schema’s en berekeningen moeten worden uitgewerkt; waar de reclame-ingenieurs zijn: degenen, die de plannen voor de te voeren reclame met advertenties, affiches, brochures of ander drukwerk ontwerpen, en die aangeven, hoe de materialen van woord en beeld, tot een logische, doelmatige en harmonische constructie dienen te worden samengevoegd: de ➝ layout; waar, na den geestesarbeid van teksten-schrijvers en teekenaars, de handarbeid van zetters, drukkers, chemigraphen het werkstuk voltooit. Al dit werk wordt verricht op de ➝ advertentiebureau’s (of reclame-adviesbureau’s), die binnen de perken van het reclame-budget, d.w.z. het bedrag voor een bepaalde reclame-campagne uitgetrokken, een schema voor plaatsingen in bladen, resp. voor afficheering, drukwerken e.d. vaststellen in overleg met den reclame-chef van de adverteerende firma, zoo dit een groote onderneming is, waarvan de omvang der gevoerde r. een speciale reclame-afdeeling wettigt. Behalve voor een bepaalden ondernemer kan r. ook worden gevoerd voor een geheele groep van ondernemers of voor een geheele branche (➝ collectieve reclame). Slewe.

Lit. : Fr. Redlich, Reklame, Begriff, Geschichte, Theorie (1935); W. von zur Westen, Reklamekunst aus 2 Jahrtausenden (1925). Bij Butterworth en Co te Londen verscheen een 9-deelige, complete reclamecursus.

Naast een technischen en een economischen kant heeft de reclame ook een psychologisch aspect. Van dit gezichtspunt uit bezien is het doel, om het bewustzijn van de menschen massaal te bewerken. Op deze voorwerking volgt het menschelijk contact, waarbij goederen of diensten worden aangeboden. De r. dient dus afgestemd te zijn op de psychologie van de groepen, die men wil bereiken. Vsch. alg. psychol. factoren spelen daarbij een rol. De normen en wetmatigheden van opmerkzaamheid, waarneming, associatie, behoeften en begeerten, wilsbesluiten en wilshandelingen, enz. moeten voor een juiste samenstelling en voor de bereiking van een zoo groot mogelijk nuttig effect gekend worden.

Daar de resultaten van de r. niet zuiver meetbaar zijn, bestaat t.a.v. de resultaten en eveneens t.a.v. de waardeering der psvchol. factoren vaak verschil van meening. Zooals algemeen geldt bij de toepassing van de psychologie, kan men ook zeker t.a.v. de reclame-psychologie vermelden, dat naast de theoretische regels ook een kennis van de levensomstandigheden en levensopvattingen vereischt is. De r. dient ten slotte niet alleen gewaardeerd te worden naar haar mogelijkheid, om tot een omzet-vermeerdering te komen, doch zij behoort ook beperkt te blijven tot hetgeen ethisch toelaatbaar is. Ook hierbij echter moet men in de toepassing rekening houden met de waarde, die door het publiek aan de r. wordt toegekend.

Lit. : Poffenberger, Psychology in advertising (1925); v. Link, The new Psychology of selling and advertising (1932). Tschr.; Meer Baet, en: De Reclame, de Quay.