Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 02-10-2019

Ranonkelachtigen

betekenis & definitie

(Ranunculaceeën), een plantenfam. met 31 geslachten en 1 200 soorten; bestaat uit overblijvende en kruidachtige planten: slechts enkele houtvormende klimplanten (Clematissoorten) komen in deze fam. voor. Zij groeien hoofdzakelijk in de Noordelijke gematigde streken.

De verspreid staande bladeren zijn meestal ingesneden, veer- of handvormig: de meeste soorten hebben bittere stoffen of zijn scherp. De tweeslachtige bloemen zijn levendig gekleurd.

De kroonbladeren zijn dikwijls vervormd: de bloemen zijn alzijdig of tweezijdig symmetrisch. De meeldraden zijn soms gedeeltelijk bloemkroonachtig en staan in een spiraal evenals de vele vruchtbeginsels, die één tot vele zaden bevatten.

Insectenbezoek is regel. De vrucht is zelden besvormig; meestal kokervruchten of dopvruchten.

Bij speenkruid komt ook vermenigvuldiging door okselknolletjes voor. Economische beteekenis is gering.

Bekende geslachten zijn: als sierplanten Paeonia, akelei, ridderspoor, Trollius, nieskruid (kerstroos), winteraconiet, nigelle, anemonen, boschrank (Clematis), ranonkels en verder de in het wild groeiende dotterbloem, boterbloem, speenkruid en poelruit. Bouman