Raabe betekenis & definitie

1° Peter, Duitsch dirigent. * 27 Nov. 1872 te Frankfort a. d. Oder.

Kapelmeester o.a. te Amsterdam (aan de Ned. Opera 1899-1903), sedert 1920 Generalmusikdirektor te Aken.2° Wilhelm, Duitsch romanschrijver van de humor-realistische richting van Dickens. * 8 Sept. 1831 te Eschershausen, † 15 Nov. 1910 te Brunswijk. Begonnen in den boekhandel, studeerde R. 1854-’56 te Berlijn en schreef, aanvankelijk onder deknaam Jakob Corvinus, die boeiende en ontroerende verhalen, waarin een gelukkig evenwicht tusschen werkelijkheidsschildering en dichterlijken droom, tusschen een pessimisme, door den humor milder gemaakt, en een idealisme, dat aan Jean Paul herinnert, voortreffelijk werd bereikt.

Voorn. werken: Die Chronik der Sperlinggasse (1857); Die Leute aus dem Walde (1863); Der Hungerpastor (1364); Abu Telfan (1868); Der Schüdderump (1870); Meister Autor (1874); Horacker (1876); Stopfkuchen (1891); Die Akten des Vogelsangs (1895). — Uitg.: in 18 dln. 1912 vlg.

Lit.: Gerber, W. R. (1897); H. Spiero, W. R. (1925); id., R.-Lexikon (1927); W. Fehse, Das Leben W. R.’s (1928); N.

Perquin, R.’s Motive (Amsterdam 1928). Sinds 1911 bestaat te Wolfenbüttel een Gesellschaft der Freunde R.’s, die Mitteilungen uitgeeft; sinds 1931 een R.-Stiftung te München. Baur.