Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 02-10-2019

Pruisen

betekenis & definitie

A) Aardrijkskunde.

P. is een vrijstaat van het Duitsche Rijk. Opp. 222 790 km2, 39 934 011 inw. (offic. telling Juni 1933), w.o. 12 571 075 Kath. P. beslaat ong. ⅔ van Duitschl.; het omvat de grootstad Berlijn, verder Oost-Pruisen, Pommeren,de Grenzmark Posen-West-Pruisen, Brandenburg, Hannover, Sleeswijk-Holstein, Opper-en Neder-Silezië, Saksen, Westfalen, Hessen-Nassau, de Rijnprovincie, en de exclave Hohenzollern in Wurttemberg. Het grootste deel behoort tot de Noord-Duitsche laagvlakte, terwijl het Z. ingenomen wordt door de Duitsche Middelgebergten. Hierdoor is het ook verklaarbaar, dat er een groote verscheidenheid van landschappen in P. te vinden is. De Noord-Duitsche laagvlakte is het akkerbouwen veeteeltgebied bij uitnemendheid, terwijl de meer bergachtige streken, naast landbouw en veeteelt in de lagere regionen, veel boschbouw in de hoogere hebben. Bovendien is het W. van Hannover het typische Duitsche veenkoloniëngebied. Het klimaat vertoont, tengevolge van de lang gerekte O.W. ligging van P., een verschil tusschen Oost en West. Het W. staat nog onder den invloed van den Atlantischen Oceaan, het O. lieeft een veel meer continentaal klimaat. Dit laat natuurlijk direct zijn invloed gelden op het productieproces en wel speciaal op het primaire. Van West naar Oost is er dan ook een langzame overgang merkbaar van de verschillende verbouwde producten, die op sommige plaatsen, hetzij verscherpt, hetzij verminderd wordt door den invloed van het reliëf of door de nabijheid van de zee, speciaal de Oostzee. Het plantendek vertoont eveneens verschillen. Zoo heeft men in het W. van Sleeswijk-Holstein en in Hannover het heidegebied ; Westfalen en het N. deel van het Rijnland hebben eikenwoud; het Z. van het Rijnland en Hessen-Nassau hebben uitgestrekte loofwouden; het O. van Sleeswijk-Holstein en van Hessen-Nassau en het W. van Saksen hebben uitgebreide beukenwouden; het verdere deel heeft op Oost-Pruisen na pijnboomwoud, terwijl in Oost-Pruisen pijnen dennenbosschen elkaar afwisselen.

In geheel P. woont ong. ⅕ der bevolking in plattelandsgemeenten, ⅓ in steden tot 100 000 en ⅓ in steden boven de 100 000 inwoners Het hoogste percentage van plaatsen onder de 2 000 inwoners heeft Hohenzollem, namelijk rond 80 %, het laagst Westfalen (15 %).

De voornaamste industriegebieden van P. zijn: Ruhrgebied, met steenkool- en ijzerindustrie; Saargebied, idem; Siegerland met uitgebreide ijzerertsmijnen en ijzerindustrie; Opper-Silezië met het verwerken van talrijke delfstoffen; dit laatste land heeft veel van zijn industrie ingeboet bij den gebiedsafstand aan Polen. De voornaamste producten buiten de metaalindustrie zijn: textiel (Rijnland en Silezië), glas-, aarde- en porseleinwerk (Rijnland, Saksen en Silezië). Zie verder ook onder Duitschland.

Bodemgebruik. Van P. is ong. ⅔ van het bodem opp. voor akkerland en ¼ als weiland in gebruik. De verdeeling van het grondbezit, voor akkerbouw in gebruik, is als volgt:

Grootte (in ha) Aantal bedrijven Grootte (in ha) Aantal bedrijven

0 2 449.830 20— 60 160.776
2 5 404.721 50—100 39.140
5 10 330.193 100—200 12.006
10 — 20 257.892 200 en meer 12.022