Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 16-10-2019

Nok

betekenis & definitie

1. Het hoogste gedeelte van een dak met hellende dakvlakken, waar de twee dakvlakken elkaar snijden.

Ten einde de dakbedekkingen der beide dakvlakken waterdicht te verbinden, wordt de n. bij pannendaken afgedekt door half-cylindervormige pannen, zgn. nokpannen; bij met leien afgedekte daken wordt hiervoor gewoonlijk een zadelvormig gebogen loodplaat gebruikt, terwijl bij afdekkingen met gegolfd ijzeren of eternietplaten speciale nokstukken worden aangebracht. De nokbedekking wordt gedragen door een zgn. nokbalk. ➝Kap.2. Een uitsteeksel, bijv. op een ijzeren staaf, waardoor een om deze staaf sluitende ring of bus wordt tegengehouden. Deze n. worden veelal aan één zijde afgeschuind en voorzien van een veertje, zoodat de om de staaf sluitende bus of ring, bij aandrukken tegen de afgeschuinde zijde, de n. weg kan duwen in een passende groef van de staaf en kan passeeren; door het daarna terugveeren van de n. is terugschuiven van bus of ring onmogelijk. Dit is een zoogenaamde veerende nok.
P. Bongaerts.