Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 16-10-2019

Nijmegen

betekenis & definitie

(vroeger Noviomagum = Nieuwmagen of Nieuwmegen = Nieuwe burcht of plaats).

I. A) Aardrijksk. en econ.
N. is een stad aan den linker Waaloever in het Z.O. van de prov. Gelderland (XI 512 D4), ten N. van het Rijk van Nijmegen; gebouwd op 5 heuvels. Hessen- of Hiezenberg, Mariënberg, Gruitberg, Klokkenberg en Hunerberg. De gem. omvat de stad N., de dorpen Hees, Neerbosch, Hatert en de buurtschappen St. Anna, Driehuizen, Brakkenstein, Mariënboom, Kwakkenberg (villapark) en Hengstdal. Opp. 4.322 ha. Aantal inw. op 1 Jan. 1936: 90.740, waarvan 77,8 % Kath., 12,5 % Ned. Herv., 1,5 % Geref., 3 % andere Prot. groepen, 0,5 % Isr. en 5 % onkerkelijk.

In het N. begrensd door de Waalkade en ingesloten door de in 1467 aangelegde wallen, draagt de oude stad kennelijk het karakter van een oude vesting, als een halve cirkel gegroepeerd om de hoog gelegen markt in het N. De stadspoorten verdwenen, van de wallen bestaan nog resten in het Huner- en Kronenburgerpark. Achter de wallen loopt om de stad een ceintuur van nauwe straten; daarbinnen ligt de oude vesting, met nauwe straten, daarbuiten de nieuwe uitleg, begonnen tusschen 1878 en 1890. De toen aangelegde singels en het Keizer Karelplein geven thans aan N. nog een logisch net van ruime uitvalswegen, zeer gelukkig onderling en met de stad verbonden. Hees, Neerbosch en Hatert, behoorend tot het vroegere schependom, dus nooit zelfstandig, behielden nog hun dorpsch karakter. De spoordijk in het W. vormt nog een belemmering voor een natuurlijke ontwikkeling in tegenstelling met het O. en Z. (Hengstdal, St.

Anna). Het nieuwe stadsplan schakelt ook de andere buurtschappen in. Aansluitend aan de Waalkade liggen naar het W. de Nieuwe Markt, Veemarkt en Nieuwe Haven.

Bezienswaardigheden De oude stad met hellende straten (1 op 40) is op zich reeds bezienswaardig. Nabij de Groote Markt de Waag (Renaissancestijl, 1612, gerestaureerd 1886). Op de Korenmarkt de Waalsche kerk, overblijfsel van het klooster St. Jan (13e eeuw). Onder de bekende Kerkboog (1605) doorgaande, bereikt men de Groote of St. Stevenskerk, een laat-Gotisch monument, geconsacreerd in 1272, omstr. 1500 verbouwd tot een driebeukige hallenkerk; toren uit 1604; graftombe van Catharina van Bourbon.

Daar tegenover staat de in 1544 vanwege de stad gebouwde zgn. apostolische (later: Latijnsche) school, het oudste bewaard gebleven voorbeeld in Nederland van een speciaal voor dit doel gesticht gebouw. Tusschen Markt en Valkhof ligt het 14e-eeuwsche Gotische Raadhuis, vernieuwd in 1544, een vermenging van Renaissance-vormen en Gotische traditie. Van den door Barbarossa herstelden burcht (1155) nabij het Valkhof dateeren de nog bestaande koornis der paltskapel, en misschien ook de nog gaaf bewaarde, vrijstaande achtkantige kapel, welke evenwel mogelijk wat ouder is (van keizer Otto III, ♰ 1002, of Hendrik II, ♰ 1024?). Nabij het Valkhof ligt verder het Hunerpark met Belvedère, een verbouwden waltoren (Spaansche tijd). Aan den Westrand van de oude stad bevindt zich het Kronenburgerpark met den eenig overgebleven, 30 m hoogen vestingtoren. Vermelding verdienen nog de St.

Dominicuskerk (14e eeuw), de Mariakerk (15e eeuw), behoorend bij het verdwenen klooster Mariënburg (1200), thans gemeentemuseum (historisch). Het Rijksmuseum Kam bevat praehistorische, Romeinsche en Frankische oudheden om en in N. gevonden. Het stationsgebouw is van dr. Cuypers. In de stad monumenten van St. Thomas van Aquino (A.

Falise), bisschop Hamer en St. Petrus Canisius (Dupuis). Zie nog → Heilig-Landstichting.

Beteekenis Gunstig gelegen, vanouds handelscentrum; vooral doorvoerhandel. Later dan Arnhem aangesloten aan het spoorwegnet, haalde N. door aanleg van de lijnen naar Kleef (1865), Arnhem (1879), Den Bosch (1881), de Betuwe (1882) en Venlo (1883) den achterstand in. Door opening van het Maas-Waalkanaal (1927) en Maaskanalisatie werd het een kruispunt van scheepvaartwegen. Te water bestaan goederen- en personendiensten naar Rotterdam, Amsterdam en Duitsche Rijnhavens. De Waalbrug (1935), stuwbrug bij Grave (1929) en Rijnbrug bij Arnhem (1934) bevorderen het autoverkeer Noord-Zuid. Thans de markt- en winkelstad voor de omgeving, waarmee goede verbindingen bestaan (auto, tram).

Paarden-, varkens- en eiermarkten. Groentenveiling, ook bloemen. De industrie is veelzijdig: kunstzijdefabriek „Nyma”, tricotage, kapok, papier, schoenen, confectie, schroeven en moeren (Automatic Screw Works), transformatoren, draad, ijzergieterij en machines, gloei- en radiolampen, rijwielen, kinderwagens, parapluies, zeep, stijfsel, maïzena, chocolade, margarine, sigaren en verf. Wasscherijen en drukkerijen. Grootbedrijven voor hout en bouwmaterialen. Aan de uitmonding van het Maas-Waalkanaal in de Waal ligt de nieuwe electrische centrale van de Prov.

Geldersche Electr. Mij. (P.G.E.M.). De fraaie omgeving en gemakkelijke verbindingen maakten het vreemdelingenverkeer tot een belangrijke bron van bestaan. De „Wolfsberg”, Muntberg, Ravenberg. Duivelsberg, Mooi Nederland (met bergspoor) bieden natuurschoon en bekende uitzichtpunten. In N. zijn gevestigd de koloniale reserve en twee regimenten infanterie.

Verzorging der bevolking

N. telt 12 parochies. Onderwijsinstellingen: R.K. universiteit van de St. Radboudstichting (faculteiten: godgeleerdheid, letteren en wijsbegeerte, en rechtsgeleerdheid), geopend in 1923, ruim 500 studenten. St. Canisiuscollege (gymnasium en H.B.S. A en B), in- en externaat, ca. 700 leerlingen; R.K. Lyceum voor meisjes, Mater Dei (gymnasium en H.B.S. A); Kath. Middelb. Meisjesschool „Mariënbosch”; gem. gymnasium, H.B.S., Hoogere Handelsschool, H.B.S. voor meisjes en Handelsavondschool. Verder twee Kath. kweekscholen voor onderwijzeressen; Christelijke kweekschool voor onderwijzers; Nutskweekschool voor onderwijzeressen. Tevens Kath. nijverheidsschool, ambachtsschool en huishoudschool; Kath. en Nijmeegsche volksuniversiteit. In verband met de univ. veel studiehuizen van in Ned. gevestigde Orden. Genoemd dienen nog: Kamer van Koophandel en Fabrieken voor het Land van Maas en Waal, do Raad van Arbeid, kantongerecht, het Kath. Canisius- en het Prot. Wilhelminaziekenhuis, inrichting voor ooglijders; Huize St. Anna, Oud-Burgergasthuis en Levensavond voor ouden van dagen; in de omgeving het sanatorium „Dekkerswald” (Groesbeek) en Kalorama (Beek) voor t.b.c.-lijders.

Lit.: Gelderland (1926). Heijs.

B) Geschiedenis
a) Profaan

In de Oudheid is de oudste bevolking van de omstreken van N. wel het volk geweest van de koepelgraven- en klokbekercultuur, N. zelf is waarsch. van Keltischen oorsprong, waarop de naam Novio-magus al wijst. Sedert den tijd van Augustus heeft het een rol gespeeld in het Romeinsche militaire grensplan, aanvankelijk wel in verband met de veroveringsplannen van Germanië. Uit Rom. tijd kennen we er:

1° ten O. op den „Kopschen Hof” een versterkten vluchtburcht, wellicht Oppidum Batavorum, tevens een nederzetting op het Valkhof, beide met uitgebreide grafvelden en gedateerd in de 1e eeuw n. Chr. tot ca. 69.
2° Ca. 70-105 een legerkamp van het 10e legioen.
3° Ten W. van N. een civiele nederzetting uit de 2e en 3e eeuw, met Gallo-Romeinsche tempels en grafvelden.
4° Zuidwaarts van N. een Rom. militairen wachtpost uit de 4e eeuw.

Lit. : F. J. de Waele, Noviomagus Batavorum (1931); M. Daniels, Romeinsch N. (in: Oudh. Med. Rijksmus., Leiden 1921 en 1927); W. Vermeulen, Een Rom. grafveld op den Hunnerberg te N. (1932); J.

H. Holwerda, Rom. miniatuur-castellum in Heumensoord (in: Oudh. Med., Leiden 1933).

W. Vermeulen.

De tweede periode der geschiedenis van N. vangt aan met Karel den Grooten, die er ca. 775 een „palatium” bouwde, in de 9e eeuw grootendeels verwoest door de Noormannen, in 1155 herbouwd door Barbarossa. Bijna alle Duitsche keizers hebben er voor korter of langer tijd vertoefd. Hendrik VI is er in 1165 geboren. Naast den burcht ontwikkelde zich de stad. Koning Hendrik VII schonk haar in 1230 den grooten privilegiebrief, die o.a. vrijdom gaf van tollen in het geheele Rijk; hierdoor werd N. een belangrijke handelsstad. In 1247 is N. een Geldersche stad geworden, doordat graaf Otto II van Gelder haar in pand ontving van den Roomsch-koning Willem II.

In 1467 is de zware ringmuur gebouwd (overblijfselen bij Hunerpark en Kronenburgerpark), die N. tot een sterke vesting maakte. De stad kreeg veel te lijden van oorlogsgeweld in den Tachtigjarigen oorlog en werd in 1591 door prins Maurits ingenomen; ze behoorde sindsdien tot de Republiek. Onder Lodewijk XIV door Turenne ingenomen (1672); op het eind van den oorlog hadden hier de vredesonderhandelingen plaats (1678). In 1794 had N. de laatste belegering te doorstaan en werd toen door de Franschen ingenomen. In 1796 is de burcht gesloopt; alleen de twee burchtkapellen zijn gespaard gebleven. De laatste vorstelijke bewoner van den burcht was stadhouder Willem V, die in 1786 met zijn gezin uit Den Haag werd verdreven en ruim een jaar te N. verbleef.

Ook na het herstel der onafhankelijkheid bleef N. een vestingstad, hetgeen haar uitbouw en de ontwikkeling van handel en industrie zeer belemmerde. Eerst in 1874 werd de vesting opgeheven, waarna de uitbreiding kon beginnen; rond de oude stad ontstond een nieuwe.

b) Kerkelijk.

Volgens den Geld. kroniekschrijver van Berchen zou in 692 een kerk gebouwd zijn, toegewijd aan de H. Gertrudis. Met zekerheid kan als eerste kerkelijk gebouw worden genoemd het klooster en hospitium der Johannieters (1196). In 1270 werd de Sint Steven gebouwd; in 1292 vestigden zich de Dominicanen in de stad (de nog bestaande Broerskerk werd ca. 1375 gebouwd), rond 1300 de Reguliere kanunniken van Sint Augustinus (in de Molenstraat), in het midden der 15e eeuw de Franciscanen. In 1475 werd een Fraterhuis gesticht, waaraan een Lat. school verbonden was. Er bestonden toen ook reeds vsch. nonnenkloosters.

Toen Maurits N. innam (1591), kreeg het Protestantisme de overhand. De geestelijkheid werd verbannen; de kerken voor den Prot. eeredienst in gebruik genomen. De Katholieken herkregen de godsdienstvrijheid tijdens de Bataafsche Republiek (1795), hoewel hun pas in 1808, door toedoen van koning Lodewijk, twee kerken (de Broerskerk en de Regulierenkerk) werden teruggegeven. N. behoorde vroeger kerkelijk tot het aartsbisdom Keulen, daarna (1559) tot het bisdom Roermond en sinds 1840 tot het bisdom Den Bosch.

v. Hoeck.

Lit.: v. Schevichaven, Penschetsen uit N.’s verleden (3 dln. 1898); In de Betouw, Handvesten van N. (z.j. 1785); Terpstra, N. in de Middeleeuwen (1917). Uitgebr. lit.-opg. in: Gouda Quint, Bibliogr. van Gelderland (I, 165-194; II, 63-67). Voor de Kerkel. geschiedenis: Meyer, Kath. N. (1904); Meyer, Dominikanenklooster te N. (1892); v. Hoeck, De Jezuïeten te N. (1921); Schutjes, Gesch. Bisd. ’s Hertogenbosch (V).

II. Rijk van Nijmegen. Zie hiervoor → Gelderland (sub 1 B).