(Sloveensch; D.: Marburg), stad in het N.W. van Joego-Slavië, aan de Drau (XIV 625 BI). De spoorweg Weenen—Agram snijdt bij M. de lijn, die het Draudal volgt. M. telt 33131 inw. (1931), Slovenen en Duitschers.
Deze laatsten, die in 1910 80 % der bevolking vormden, zijn volgens de officieele statistiek in 1931 gedaald tot 12,8 %, doch volgens Duitsche berekeningen zouden ze nog 30 tot 50 % vormen. M. is zetel van een R.K. bisschop. Bekende bouwwerken zijn de kathedraal (uit 1150, met 17e-eeuwschen toren) en het stadhuis (16e eeuw).
De omgeving levert veel wijn en ooft, de stad is een toeristencentrum, bezit industrie (spoorwegwerkplaatsen, leer, schoenen, ijzerwaren, meel, likeur) en drijft handel in graan en hout.Hoek.