Maacha betekenis & definitie

Bijbelsche naam van vsch. personen uit het O. T., waarvan een dochter van Absalom, lievelingsvrouw van Roboam (929-913) en moeder van Abia (912-910), de bekendste is (3 Reg. 15.2). Door haar kleinzoon Asa (910-870) wegens afgodendienst van het hof verdreven (3 Reg. 15.10, 13). A.v.d.Born.