L’art pour l’art betekenis & definitie

(Fr., = de kunst om de kunst) is een ong. gelijktijdig met het Naturalisme (ca. 1850) in Frankrijk in zwang gekomen en vandaaruit wijd verbreide leuze, volgens welke de kunst haar eenigste doel vindt in zichzelf en daarom om haar zelfs wil moet beoefend worden, met uitsluiting van moreele, sociale of andere oogmerken. Zoo opgevat is deze leuze verwerpelijk, wanneer nl. de schoonheid als eenigste doel wordt nagestreefd. Want

1° zij is geen absolute en geen hoogste, doch een ondergeschikte waarde;
2° het genieten, resp. scheppen van schoonheid wekt een complexen bewustzijnstoestand op, waarin ook (en niet zelden overwegend) andere factoren dan schoonheidsontroering een plaats hebben.

Alleen zou men haar kunnen aanvaarden, wanneer uitsluitend daarmee bedoeld wordt, dat het naaste doel van den kunstenaar is schoonheid scheppen en van den kunstverbruiker schoonheid genieten.

Victor Cousin heeft op 26-jarigen leeftijd reeds de stelling verkondigd, dat godsdienst en moraal er om zichzelf waren en niet een weg tot het nuttige of het schoone. Hij voegt er later aan toe: „Il faut.... de l'art pour l’art”. Als strijdleus is deze uitspraak van den eclectischen wijsgeer tóen (1818) niet opgevat. Vandaar dat Baudelaire met veel meer recht Théophile Gautier aanwijst als den „parfait magicien ès-lettres françaises”. Deze heeft als doel der kunst aangegeven: „cela sert à être beau”; „zoo gauw een ding nuttig gaat worden, houdt het op schoon te zijn”. Terecht ook heeft Paul Bourget Gustave Flaubert een der kopstukken genoemd van deze richting in kunst en poëzie, die letterlijk deze leus in practijk bracht; zoo schrijft Flaubert in een zijner brieven over het wansucces van zijn „Salammbö”: „dat komt er niet op aan; vóór alles schrijft men voor zichzelf. Dit is de eenige kans, om schoonheid te scheppen”.

Brouwer.