L betekenis & definitie

Twaalfde letter van het alphabet; komt overeen met de Grieksche la(m)bda (van de Semietische lamed) en stelt een liquida (sonoren medeklinker) voor.

In afkortingen:

L als Rom. cijfer = 50;

L (id.) = 50 000;

L in Rom. inscripties = Lucius, Laelius, lex (wet), lector (lezer), Ubertus (vrijgelatene), enz.;

L of £ in aanduiding van geldswaarde = libra. pond sterling;

L (id.) = lire;

l als maat = liter;

L achter botanische namen = Linnaeus;

La in de scheikunde = lanthaan (zie onder → Aardmetalen);

l.a. = (Lat.) lege artis, volgens voorschrift (op recepten);

Lat. = Latijn(sch);

L.B. = (Lat.) lector benevole, welwillende lezer; ook wel: locoburgemeester;

Lc. of Luc. (in aanduiding van Schriftuurplaats) = Evangelie van → Lucas;

l.c. = (Lat.) loco citato, op de (juist) aangehaalde plaats;
l. D. = (Lat.) laus Deo, lof zij aan God; Lev. (in aanduiding van Schriftuurplaats) = → Leviticus (boek van het O. Test.);

lg. = laatstgenoemde;

Li in de scheikunde = → Lithium;

lic. (theol.) = (Lat.) licentiatus (theologiae), zie licentiaat;

lit. = literatuur, literair;

l.k. = laatste kwartier (van de maan);
l.l. = (Lat.) loco laudato. op de aangehaalde plaats;
l.l. bij tijdsopgave = laatstleden;
L.O. = Lager Onderwijs;

log.... = logarithme van. . . ;

log. log. . . . = logarithme der logarithme van. . . ;

L.S. = (Lat.) lectori salutem, den lezer heil;
l.S. = (Lat.) locus sigilli, plaats van het zegel (op afschriften van oorkonden e.d., waar in het origineel het zegel bevestigd was);

ltd., ook lim. of ld. = (Eng.) → limited;

luit. of lt. = luitenant;

Luth. = Lutheraan(sch).