Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 18-09-2019

Kedoe

betekenis & definitie

Afdeeling (residentie) van de prov. Midden-Java; omvat de regentschappen Temanggoeng, Magelang, Poerworedjo, Keboemen en Wonosobo. Aantal inw. (eind 1930): 2 101 745 Inheemschen, 6563 Europ., 21 026 Chin. en 560 andere Vreemde Oosterlingen, in totaal 2 129 894 inw.; bevolkingsdichtheid 457,04 per km2.

Opp. 4 660,21 km2; hiervan zijn 242 104 ha droge en 140 867 ha natte (sawah) bouwvelden der Inheemsche bevolking. De bezitsvorm der bevolkingsgronden is meest erfelijk individueel; communaal bezeten gronden komen minder voor. Het Noordelijk gedeelte is berg- en heuvelland met Sindoro (3145 m) en Soembing (3336 m) als toppen, het Zuidelijk deel is vlakte.

Op de N.W.grens verheft zich het Diëngplateau met den G. Prahoe (2557 m), op de O. grens de Merbaboe (3108 m) en de Merapi (2866 m). Vlakte en heuvelland zijn zeer vruchtbaar; rijst, maïs en suiker alsmede tabak worden er geteeld.

Door de vlakte loopt de hoofdverbinding West-Oost-Java van de S.S. De hoofdplaats Magelang is door een lijn der N.I.S. verbonden met Jogjakarta. Bevolking en taal Javaansch. Brokx.