Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 15-08-2019

Indonesische talen

betekenis & definitie

Verzamelnaam voor de gelijksoortige talen, die vooral in Nederlandsch-Indië, de Philippijnen met Formosa, het Maleische schiereiland en Madagaskar gesproken worden, echter met uitsluiting van de talen der Papoea’s en die van de zgn. Ternataansch-Tidoreesche taalgroep (Noordelijk Halmaheira, Ternate, Tidore), die van een geheel ander type zijn.

Daar het Westelijk deel van het Austronesïsche taalgebied in staatkundig opzicht weinig versnipperd is, hebben de omstandigheden het ontstaan van de groepsaanduiding Indon. talen bevorderd, hoewel er van een scherpe onderscheiding van de Indon. talen van de talen van het overige Oceanië eigenlijk geen sprake kan zijn. Aan een wetenschappelijk gefundeerde classificatie der Austronesische talen heeft nog niemand zich gewaagd; trouwens, elke poging tot classificatie moet voorbarig heeten, omdat nog slechts een zeer klein aantal talen nader bekend is gemaakt, terwijl het totale aantal in de duizenden moet loopen (op Celebes bijv. ruim 100, op de Philippijnen naar schatting 80, in Oceanië elk eilandje zijn eigen taal).

Hiermee hangt samen, dat de grenzen van het taalgebied nog niet scherp te trekken zijn: de vraag, of het Japansch tot de Austronesische (Indonesische) talen te rekenen is, wordt thans veelal ontkennend beantwoord, doch zal toch slechts definitief te beantwoorden zijn, wanneer men tot aanvaardbare criteria voor het Austronesische karakter eener taal gekomen is.Onder het voorbehoud, dat men in dit stadium van het onderzoek nog wel maken moet, kan men zeggen, dat de tot dusverre bestudeerde Indon. talen een vrij grooten gemeenschappelijken woordenschat hebben, en dat de klankverschuivingen, die de differentiatie veroorzaakt hebben, van betrekkelijk beperkten omvang zijn gebleven. Indon. talen zijn agglutineerende talen; in het grammatische systeem spelen vooral praefixen een groote rol; in mindere mate suffixen, infixen en nasaleering of praenasaleering; al deze elementen kunnen echter tegelijkertijd optreden (bijv. van een grondwoord gaway: pagaway, panggaway, anggawayakën, amanggawayakën, pinagawayakën enz.). Woordverdubbeling of verdubbeling van de eerste lettergreep komt overal in het taalgebied voor, doch onbekend of weinig bekend zijn Ab- en Umlaut, meervoudsvorming, grammatisch geslacht, declinatie en conjugatie. Woord- en zinsaccent zijn labiel, de woordvolgorde is betrekkelijk vrij, samengestelde zinnen zijn nauwelijks te onderscheiden. Dat deze talen niettemin moeilijk aan te leeren zijn, is veelal een gevolg van de mogelijkheid om door aanhechting van allerlei affixen de beteekenis van het grondwoord op allerlei manier te moduleeren.

Indon. talen met een geschreven literatuur zijn o.a.: Malagasi, Tjamsch, Atjèhsch, Bataksch, Maleisch, Menangkabausch, Soendaasch, Javaansch, Madoereesch, Balisch, Sasaksch, Makassaarsch, Boegineesch, Tagalog, Bisaja, Iloko, Soeloe. Tot de best bestudeerde talen behooren er echter, die geen geschreven letterkunde hebben, zooals het Barèë, het Gajosch, het Morisch, het Rottineesch, het Bimaneesch, het Sangireesch, het Bontok (grammatica’s resp. van Adriani, Hazeu, Esser, Jonker, Jonker, Adriani, Seidenadel).

Lit.: Talrijke kleine boekjes van den Zwitser R. Brandstetter, waarvan er vier door Blagden zijn samengevat in An Introduction to Indon. Linguistics. Berg.