Ieperen betekenis & definitie

Stad in de prov. West-Vlaanderen, aan de Ieperlee.

Opp. 1 561 ha; ca. 15 900 inw. (Kath.). Kleistreek.

Weiden. Er zijn 4 parochiekerken; biss. college, kloosters van Capucijnen, Carmelieten en van vsch.

Congregaties van Zusters. Zeer oude bedevaartplaats ter eere van O.L.Vr. van Thuine.De stad, geheel verwoest tijdens den Wereldoorlog, werd in mooie architectonische eenheid, Vlaamschen stijl, herbouwd. De Hallen (Belfort, lakenhalle, schepenzaal), waaraan 103 jaar werd gebouwd (12001304), waren onder architectonisch opzicht wel het merkwaardigst gebouw der M.E.; zuivere primaire Gotiek. Het stadhuis, het zgn. „Nieuwwerk”, op colonnen rustend, werd er bezijden bijgebouwd in 1662.De 70 m hooge Halletoren met „stormklok” en beiaard werd reeds volledig gerestaureerd (1934). De Hallen zelf herrijzen langzaam. De St. Martinuskerk (13e e.), de kathedraal van ➝ Jansenius en de bisschoppen van I., was een der mooiste Gotische kerken van Vlaanderen. Ze werd herbouwd naar het oorspr. plan, maar met een torenspits verrijkt. De St. Pieterskerk, tamelijk goed bewaard, werd evenals de St. Jacobskerk (begonnen 1139 en met toren van 1412), het gerechtshof en het stadhuis gerestaureerd. Het Oude Vleeschhuis (13e e.) is thans gedeeltelijk als oorlogsmuseum ingericht. Het postkantoor (13e e.) was een oud huis van de Tempeliers. De Meenenpoort is een grootsch oorlogsgedenkteeken, met de namen van 50 000 vermiste Eng. soldaten; 250 000 Engelschen sneuvelden bij I. Rond I. vele Engelsche, Duitsche en Fransche krijgskerkhoven.

I. ligt in een vruchtbare streek (graan, suikerbieten enz.) en kan een belangrijke haven worden. I. zoekt daarom verbinding met het Leie-bekken, Wallonië en N. Frankrijk. Het plan van een kanaal Ieperen—Komen is zeer oud, maar stuitte steeds op veel moeilijkheden.

Lit.: de Ligne, Ypres. Essai sur sa formation et sa reconstruction (Parijs 1918) ; Middleton, Ypres as it was before the great war (1919); C. Gezelle, De Dood van leper (1916).

Hennus. Geschiedenis. Ieperen was een „kasteelnij”. De kastelein wordt weldra burggraaf, belast met de wacht van een burg en de verdediging van het land. De burg van I. behoorde tot de groote krijgswerken van de 10e e. Reeds in de 11e e. is er bij dezen burg een stad ontstaan. Het werd in de 12e en 13e e. de voornaamste stad van Vlaanderen, dank zij vooral de lakennijverheid. Men bouwde er de grootste bekende lakenhal. Van af de 13e e. wordt de stad herhaaldelijk door de oorlogen geteisterd. Haar eerste groote vestingwerken zijn van 1214. De 14e e. was rampzalig. Na pest en burgertwisten kwamen de Engelschen de stad belegeren. Het was het einde van den bloei der lakenindustrie. De maatregelen, door de Bourgondiërs tegen de arbeidende klasse van I., die ze erg mistrouwden, genomen, maakten dat alle pogingen van heropleving vruchteloos bleven. Hertog Jan zonder Vrees verscheurde de Iepersche vrijheidsbrieven (1419). De groote rol dezer stedelijke democratie was geëindigd.

I. werd een bisdom in 1559 en zou het blijven tot het concordaat, 1801. De stad beleefde een beeldenstorm in 1566 en in 1578. Famese veroverde de plaats in 1584, na lange belegering. En voortaan wordt I. vermeld bij eiken oorlog om verdediging, belegering, plundering. Het werd een voorname krijgspositie, nu van de Franschen, dan, bij het Barrièretractaat, van de Staten. In den Wereldoorlog is I. het Verdun van het Westen. Driemaal, in 1914, 1915 en 1917, is het maandenlang om de stad te doen, die door de Engelschen wordt bezet en door de Duitsche granaten zoo zeer wordt vernield als maar denkbaar is, doch niet werd ingenomen: het Duitsche front kwam tot op 2 km van de wallen.

Prima