Haak betekenis & definitie

Haak - 1° (Techn.) Haken, meestal van ijzer of staal, en dienende voor verbinding of tot het ophangen van voorwerpen, worden veel toegepast in → gewapend beton en wel aan de uiteinden der wapeningsstaven, ter verhooging van de draagkracht, terwijl zij ook de vorming van scheuren tegengaan. Het meeste doelmatig zijn de considère h.,daarna volgen de schuine en voorts de rechte haken. [i]P.

Bongaerts[/i]2° Haken (ronde en vierkante) en accoladen worden in de algebra gebruikt om aan te geven, dat bepaalde uitdrukkingen bij elkaar behooren. Eerst gebruikt men ronde h., ( ), vervolgens accoladen, { } en ten slotte vierkante h., [ ]; bijv. [5 { (3+1)+6 } ] + 7 beteekent, dat men eerst 3 en 1 moet optellen, de aldus verkregen som 4 met 6 vermeerderen, dit resultaat met 5 vermenigvuldigen en ten slotte het aldus verkregen product met 7 vermeerderen, zoodat het eindresultaat 57 is.

3° In de getallenleer beteekent [x] het grootste geheele getal kleiner dan of gelijk aan x; men noemt dit getal: vierkante h. van x; bijvoorbeeld: [7½] = 7 en [—7½] = —8. v.d. Corput