Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 22-07-2019

2019-07-22

Gymnastiek

betekenis & definitie

Gymnastiek - Hieronder verstaat men alle opzettelijk uit te voeren lichaamsbewegingen, welke dienen om den lichamelijken welstand te bestendigen, te bevorderen of te verbeteren. Dit is de hygiënische beteekenis, het naaste doel.

Daarnaast behoort de g. en zeker de schoolgymnastiek gunstig in te werken op de verstandelijke vermogens, op de godsdienstigzedelijke vorming, op het karakter en den wil van het kind. Naast de schoolgymnastiek kent men de vereenigingsgymnastiek, waarbij het kunsttumen vooral vlg. het Duitsche stelsel op den voorgrond staat en bij vrouwenafd. meer de rhythmische g.

Bij de heilgymnastiek is de bedoeling een herstel van gebreken of ziekten te bereiken. J. H.

Custers
Uitwerking. De spieroefeningen maken het weefsel van de spieren elastischer en de verbinding tusschen de spieren en spiergroepen onderling losser.

Daardoor neemt de bewegingsmogelijkheid in kracht en uithoudingsvermogen toe.G. werkt ook op de geestelijke eigenschappen. „Hoe zwakker een lichaam is, des te meer beveelt het, hoe sterker het is, des te meer gehoorzaamt het” (Rousseau).

De moreele beteekenis van de g. blijkt uit het feit, dat de g. spieren, zenuwen en lichaam in natuurlijk harmonisch evenwicht brengt en daardoor een tegengif vormt tegen de prikkels, die in de tegenw. cultuur een gevaar vormen voor velen.

Tegen te zware oefeningen moet gewaakt worden. De eischen, aan hart en longen gesteld, mogen niet overdreven worden. Het beste geschiedt de g. in de vrije lucht, met matige tempi en behoorlijke pauzen tusschen de oefeningen. Geen g. mag gedaan worden bij ziekte of ongesteldheid en gedurende de zwangerschap, verminderd moet de g. worden tijdens de menstrueele periode.

Geschiedenis. De gymnastiek had bij de Oude volkeren alleen ten doel het individu meer geschikt voor den oorlog te maken. Na den ondergang der Oude cultuur verdwijnt ook de g. uit de geschiedenis, totdat Pehr Henrik Ling, een Zweed (* 1776, ✝ 1839) weder een systematische lichaamsoefening invoerde. Mom