Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 22-07-2019

Guinea

betekenis & definitie

Guinea - 1° → Nieuw-Guinea.

2° De Westkust van tropisch Afrika (I 520 C-E, 4/6), benevens het daaraan grenzende binnenland. Naar opbouw, klimaat,plantenwereld, econ. toestand vormt G. een zelfstandig landschap. G. omsluit de Golf van Guinea en bestaat uit Opper-Guinea, zich W.-O. uitstrekkend, en Neder-Guinea, van N. naar Z. Bij de ombuiging ligt het vulkanische Kameroen-gebergte. De kust is in het alg. vlak; waar een gebergte de zee bereikt, treedt een steilkust op. De met

lagunen bezette kust is moeilijk te naderen door de Calema, een zeestroom, die heftig kan optreden. Bovendien zijn de monden der talrijke rivieren door aanslibbing vaak weinig toegankelijk. Meestal moeten de zeeschepen een eind vóór de kust blijven liggen.

Achter deze lagune-kust volgt een vlak land van afwisselende breedte en vervolgens het tafelland, dat door de rivieren tot een gebergte is gemodelleerd. Groote rivieren breken door deze steilranden heen en vormen daar stroomversnellingen en watervallen, o.a. de Niger en de Kongo.

Het vochtig-heete klimaat is zeer ongezond; de laagvlakte is berucht om gevaarlijke koortsen; het hoogere binnenland is gezonder. Waar de neerslag meer dan 100 cm bedraagt, overheerscht het woud: een tot 350 km breede boschgordel breidt zich uit tusschen de zee en de open grasvlakte van het binnenland. Langs de kust groeien mangrove-bosschen.

Opper-Guinea wordt door Soedan-Negers, Neder-Guinea door de minder beschaafde Bantoe-Negers bewoond. In de kustgebieden werkt de missie reeds lang; in het binnenland is de Islam sterk overheerschend. Zie de krt. Kerk. indeeling t/o kol. 537 in dl. I.

Economisch is G. een belangrijk gebied: veel producten worden naar Europa vervoerd, o.a. palmolie, copra, rubber, hout, aardnoten, cacao, koffie. De benamingen Peper-, Slaven- en Ivoorkust voor een deel van G. hebben alleen nog hist. beteekenis; de Goudkust doet haar naam nog altijd eer aan. Vroeger speelde het dragersverkeer hier een allergewichtigste rol; nu gaan veel spoorwegen het binnenland in om de producten naar de zeehavens te vervoeren.

G. werd reeds vroeg door Eur. handelsvolken opgezocht; nog steeds is het een staatkundig sterk versnipperd gebied. Behalve de onafhankelijke Negerrepubliek Liberia is G. in handen van Eur. staten; Engeland en Frankrijk hebben er de meeste macht. Eng. zijn: Sierra Leone, Goudkust, Nigeria; Fr. zijn: Fransch-Guinea, Ivoorkust, Dahomé, Kameroen (grootendeels), Gaboen. Voorts liggen er nog Port.Guinea, Port.-Angola, Spaansch-Guinea. De Belg. Kongo bereikt in Neder-Guinea den Atlant. Oceaan. Duitschland bezat hier Togo-land en Kameroen, die beide thans in Britsch en Fransch mandaatgebied verdeeld zijn.

Lit.: Newland, West-Africa, a handbook of practical information (1922).

Fransch-Guinea (Guinée-Française), kolonie van → Fransch-West-Afrika (I 536 B 3) tusschen Portugeesch-Guinea en Britsch Sierra Leone; opp. 239 000 km2, ong. 2 millioen inw., waarvan ca. 2 500 Blanken. Achter de door vele rivieren versneden kust, waarvoor vele eilanden liggen, breidt zich het hoogland van Foeta Galon en het bergachtige brongebied van den Niger uit. Naast savannen en steppen, veel wouden, waauit rubber en hout wordt gehaald. De bewoners zijn Negers, meer naar het Oosten wonen Foelbe’s. In het gebergte komt ijzer, koper en goud voor. Vanaf de hoofdplaats Konakry, aan zee gelegen, werd een spoorlijn aangelegd door de kolonie heen, over Koeroessa naar Kankan; de beteekenis van Konakry nam er aanzienlijk door toe. Veel uitvoer van palmolie, aardnoten en rubber.

Een apostol. vicaris zetelt te Konakry. De missie is toevertrouwd aan de Priesters van den H.Geest, en telt bijna 10000 Kath., en bijna 7 000 catechumenen.

Lit.: Aspe-Fleurimont, La Guinée-Française (1900). Zie de lit. bij → Fransch-West-Afrika.

Portugeesch Guinea (Guinea Portugueza), kolonie aan de kust van Opper-Guinea (1536 B 3), omgeven door Fransch-West-Afrika; opp. 36125 km2, ong. 350000 inw., waarvan ca. 1000 Blanken. Voor de kust talrijke klippen, riffen en eilandjes, o.a. de Bissagos eil., waarop de hoofdplaats Bolama en de belangrijke haven Bissao liggen. Door de vlakte stroomen vele rivieren, die in breede vloedmonden eindigen; ze zijn goed bevaarbaar. Het klimaat is door de vochtige hitte en de vele moerassen ongezond. Achter de mangrove-bosschen ligt het oerwoud, waarin veel oliepalmen. De inheemschen behooren tot vsch. stammen.

Sedert de afschaffing der slavernij is de welvaart zeer verminderd; slaven waren het belangrijkst handelsobject. De kolonie brengt rubber, aardnoten, maniok, sesam, ricinus, tabak en katoen voort.

Port. G. behoort kerkelijk onder het bisdom Sao Thiago op de Kaap Verdische Eilanden.

Lit.: Bernatzik, Meine Expedition nach Portugiesisch-Guinea (1932).

Spaansch-Guinea (Guinea Espanola), kolonie aan de kust van Neder-Guinea, ook Rio Muni genoemd (I 536 E 4); opp. 25 700 km2, ong. 130000 inw., waarvan ca. 200 Blanken. De hoofdplaats is Bata, aan zee gelegen. Het dichte oerwoud is nog niet ontsloten. Op de moerassige, ongezonde kust volgt heuvelland, dat geleidelijk opstijgt naar de hoogste verheffing, den Mitraberg (1200 m). De inheemschen, de Mpangwe, zijn handelaars en rubbertappers. De uitvoer van palmolie en rubber is van geringe beteekenis.

Te S. Isabel is een apost. vicariaat gevestigd onder den naam Fernando Poo. Het gebied wordt gemissionneerd door de missionarissen van het Onbevlekt Hart van Maria; 50 000 Kath., 4 700 catechumenen.

Lit.: Granados, Espana en el Muni (1907); Arija, La Guinea espanola y sus riquezas (1930).

Golf van Guinea, deel van den Atlant. Oceaan ten W. van Afrika, begrensd door Opper-Guinea in het N. en Neder-Guinea in het O. v. Velthoven Guinea-stroom → Atlantische Oceaan (sub : Zeestroomen).