Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 03-07-2019

Frankfort (plaats)

betekenis & definitie

Frankfort (plaats) - 1° stad aan den Main, in de Pruis. prov. Hessen-Nassau, regeeringsdistrict Wiesbaden; ca. 640.000 inw., overwegend Prot.

F. ligt aan beide zijden van den Main, 21,5 km boven zijn monding in den Rijn aan den N. rand van de Boven-Rijnsche Laagvlakte en aan den Zuidvoet van den Taunus, verkeersgeographisch uiterst gunstig, daar de Boven-Rijnsche Laagvlakte hier Noordwaarts haar voortzetting vindt in het Wetterau en het Maindal vanzelf Oostwaarts voert. Vandaar dat F. een van de belangrijkste Duitsche handelssteden werd, centrum vooral van den geldhandel met druk vreemdelingenverkeer, dat door de geregeld gehouden jaarbeurzen (tweemaal per jaar) nog sterk wordt bevorderd; neemt ook sinds de Main-kanalisatie toe in beteekenis als handels- en overlaadhaven.

Luchthaven. De stad is eveneens een middelpunt van Duitsch cultureel leven, zetel van een universiteit.

De Altstadt aan den rechteroever heeft met haar nauwe straatjes en karakteristieke huizen, ondanks de moderne verkeerseischen, haar middeleeuwsch karakter bewaard.Aan gene zijde van de haar omsluitende promenaden heeft de moderne grootstad zich uitgebreid. Hier werden talrijke voorsteden geannexeerd, als Bockenheim in ‘t N.W. en Bornheim in het N.O.

Met de vroegere stad Sachsenhausen is de stad door een aantal bruggen verbonden. Westwaarts omvat het stadsgebied de vroegere gemeenten Griesheim en de om haar kleurstofindustrie belangrijke stad Höchst. Hoewel economisch met F. verbonden, vormt Offenbach 6 km stroomopwaarts nog een zelfstandige stad.

De industrie vervaardigt metaalwaren, electrotechn. apparaten, chemicaliën (I.G. Farbenindustrie A.G.), bouwmaterialen, auto’s, schrijfmachines, fietsen (Adler). De handel omvat metaalwaren, kleurstoffen, graan, meel, hout, huiden, textiel, voedings- en genotmiddelen, leerwaren.

Lips. Kunst.

Het middelpunt van de Altstadt vormt de Platz des Römerbergs, waar in de M.E. volksspelen werden gehouden. Aan de Z. zijde de in 1270 als tweeschepige hallenkerk gebouwde Nikolaikirche, in de 2e helft van de 15e e. in laat-Gotischen stijl omgebouwd. Aan den N.W. kant het oude raadhuis, bekend als „Römer”, een mooi voorbeeld van middeleeuwsche bouwkunst, met Keizerzaal. Aan de Paulsplatz de in 1833 voltooide Prot. Paulskirche. Ten O. van Römerberg, op het Domplein, de in 1239 gebouwde Gotische dom (Kath.) met talrijke kunstschatten. Onmiddellijk aan den Main de Kath. Leonhardskirche (1219). In het N.W. deel van de oude stad, aan de Hirschgraben, het in 1592 gebouwde Goethehaus. Ten N.O. hiervan de Liebfrauenkirche van 1318. In het Stedelijk Kunstinstituut schilderijengalerij. De Städtische Galerie (Liebighaus) bezit een verzameling beeldhouwwerken en het Kunstgewerbe-Museum gebruiksvoorwerpen van M.E. tot heden.

Lit.: C. Wolff en Jung, Die Baudenkmäler in F. (1895-1914); Weizfächer-Dessoff, Kunst und Künstler in F. (1907-’09).

Terlinger-Lücker. Parlement te Frankfort (D.: Frankfurter Parlament, Frankfurter Nationalversammlung), de naam van de Duitsche constitueerende vergadering, die na de revolutie van 1848 in de St. Paulskerk te Frankfort a. M., 18 Mei 1848, samenkwam. De werkzaamheden van deze vergadering werden voorbereid door het zgn. Voor-parlement, dat van 31 Maart tot 4 April 1848 insgelijks te Frankfort vergaderde. De 568 afgevaardigden, met algemeen stemrecht gekozen, behoorden meestal tot de liberaalgezinde opinie en wenschten den ➝ Duitschen Bond te hervormen. Er ontstond echter een hevige strijd tusschen de Groot-Duitsche en de Klein-Duitsche partij nopens de vraag of Oostenrijk al of niet zou worden uitgesloten. De beraadslagingen eindigden met de verkiezing van den koning van Pruisen, Frederik Willem IV, tot erfelijk Duitsch keizer (28 Maart 1849). Doch alleen de kleine staten namen de ontworpen grondwet aan. Oostenrijk riep zijn afgevaardigden terug en de Pruisische koning weigerde den keizerlijken titel. Op 6 Juni moest de vergadering (Rumpfparlament) naar Stuttgart verhuizen, alwaar zij 18 Juni daaropvolgende door de Wurttembergsche regeering ontbonden werd. Eerst bij de grondwet van 1919 keerde Duitschland naar de in 1849 gevestigde liberale denkbeelden terug.

Lit.: Stenogr. Berichte (uitg. d. Wigard; 9. dln. 1848 vlg.); Appens, Die Nationalversammlung zu Frankfurt a. M., 1848-’49 (1920); B. Balentin, Gesch. der deutschen Revolution (2 dln. 1930-’32).

Lousse. Synode van Frankfort.

In 794 had te F. onder sterke bemoeiing van Karel den Grooten een belangrijke synode van het Frankische rijk plaats, waarbij ook pauselijke vertegenwoordigers en Ital. en Eng. bisschoppen aanwezig waren. Zij veroordeelde het Adoptianisme (zie onder ➝ Christologie) en, verkeerdelijk voorgelicht, ook de beeldenvereering, gelijk zij meende, dat die door het 2e concilie van Nicea (787) was erkend. ➝ Beeldenstrijd (2°). Paus Hadrianus I verdedigde tegenover keizer en synode het concilie van Nicea.

Lit.: Hefele-Leclercq, Hist. des Conc. (III, 2).

Gorris. Voor het Voorparlement te Frankfort (D.: Frankfurter Vorparlament), zie onder Parlement te F., in dit artikel.

Vorstendag van Frankfort (D.: Frankfurter Fürstentag), noemt men de in Aug. 1863 te Frankfort a. M., op voorstel van Oostenrijk, gehouden bijeenkomst der Duitsche vorsten ten einde te beraadslagen over een herziening van den ➝ Duitschen Bond. De onderhandelingen liepen op een mislukking uit, daar Pruisen op aanraden van Bismarck niet wilde medewerken om het overwicht van Oostenrijk in de Duitsche volksgemeenschap te verstevigen.

Lit.: ➝ Duitsche Bond.

Lousse. Vrede van Frankfort

10 Mei 1871 door Bismarck en Favre als gevolmachtigden van Duitschland en Frankrijk gesloten, en 20 Mei daarop geratificeerd. Hij maakte een einde aan den Fr.-D. oorlog (1870-’71) en bevestigde in het algemeen den voorloopigen vrede van ➝ Versailles.

Lit.: R. Holtzmann, Gebhardts Handb. der d. Gesch. (II Stuttgart-Berlijn-Leipzig 1931); H. Goldschmidt, Bismarck und die Friedensunterhändler 1871 (1929).

Lousse.

2° Stad aan de Oder, hoofdstad van het regeeringsdistrict F. van de Pruisische prov. Brandenburg, aan beide zijden van de Oder. Ca. 76 000 inw., 87% Prot., 7% Kath. Haar beteekenis dankt de stad aan haar handelsverkeer met Polen en aan haar ligging aan den overgang van den ouden handelsweg Maagdenburg-Posen over de rivier. Knooppunt der spoorlijnen Berlijn-Breslau (Warschau);Stettin-Küstrin-Dresden, en F.-Eberswalde. Luchthaven. Het grootste stadsdeel met de typische, ten deele door parkaanleg (oude vestingwerken) omgeven Altstadt ligt op den linker-Oderoever, terwijl de vlakke rechteroever door de Damm-Vorstadt wordt ingenomen. De industrie levert machines, aardappelmeel, schoenen, meubels, papier, orgels. Er zijn nog mout en moutkoffiefabrieken.

Lips. Kunst.

In de karakteristieke Altstadt staat de 1253-1522 gebouwde Mariakirche, de torenlooze Nikolai- of Unterkirche van 1301, het laat-Gotische Raadhuis (ca. 1400) en het gebouw van de voormalige univ. (1500). Kleist-museum en Mus. voor Kunst en Natuurwetenschappen (Lenauhaus).

Lit.: Kunstdenkmäler der Prov. Brandenburg: F. a. O. (1912).

Terlingen-Lücker.

3° Hoofdstad van den staat Kentucky (Ver. Staten v. Amer., 38° 13' N., 84° 50' W.); ca. 12 000 inwoners. Handelscentrum voor de producten van een rijke landstreek: paarden, tabak, granen, hennep. Industrie: hout, meubels, schoenen. Staatsbibliotheek.
4° Stad in Indiana (Ver. Staten v. Amer., 40° 18' N., 86° 33' W.); ca. 14 000 inw. Handelscentrum van een vruchtbaar landbouwgebied. Industrie. Natuurgasbronnen.

p. Cyrillus.

< >