Faassen betekenis & definitie

Faassen, - Pieter Jacobus, zich noemende Rosier, Ned. acteur en tooneelschrijver; * 1833 te Den Haag, ✝ 1907 te Rotterdam. Zijn vader was directeur van den Tivolischouwburg te Den Haag; zoo stond hij al op 13-jarigen leeftijd op de planken.

Van 1854 tot 1860 was F. verbonden bij de gebr. Van Lier, daarna in Den Haag aan den Kon.

Schouwburg; sedert 1876 was hij voorgoed te Rotterdam gevestigd. Daar werkte hij bij de Rotterdamsche afd. van het Ned.

Tooneel en als sociétaire bij de Vereenigde Tooneelisten Le Gras en Haspels.F. was een der meest gevierde karakterspelers van zijn tijd. Als schrijver van een aantal technisch voortreffelijke tooneelstukken werd hij in 1877 benoemd tot lid van de Mij. van Ned. Letterk.; in 1896 werd hij ridder van Oranje Nassau.

Werk: Mijn Leven (Rotterdam 1900).

v.Thienen.