Deze Eere-rechtbank werd, op instigatie van de Fédération Internationale des Journalistes, 12 Oct. 1931 in het Vredespaleis te Den Haag, alwaar zij ook haar zetel heeft, plechtig geïnstalleerd en onder presidium gesteld van mr. B.
C. J.
Loder, oud-voorzitter van het Permanente Internationale Hof van Justitie. De Rechtbank houdt zich uitsluitend bezig met geschillen, ontstaan tusschen journalisten en personen van andere nationaliteit.
Alle geschillen tusschen journalisten van eenzelfde nationaliteit vallen buiten het terrein harer bevoegdheid. Het Gerechtshof is samengesteld uit een president, twee permanente rechters, twee niet-permanente rechters, en een gelijk aantal plaatsvervangers.
Allen, met uitzondering van den president, moeten beroepsjournalisten zijn. Er is ook een openbare aanklager, wiens functie permanent is.
Alle permanente functies evenwel duren slechts een jaar. Voor bijzondere gevallen wordt ook een bijzondere raad samengesteld.
De Code d’honneur bestaat voorloopig slechts uit een 10-tal artikelen, waarvan de voornaamste zijn: vrijheid der pers als onaantastbare basis van het journalistieke beroep; verantwoordelijkheid van den journalist voor zijn berichtgeving; publicatieverbod voor verklaringen van derden, gedaan met het voorbehoud deze niet te publiceeren. De toe te passen sancties bij eventueele schuldbevinding zijn: een waarschuwing, een berisping, of de verklaring, dat de schuldige onwaardig is verder het beroep van journalist uit te oefenen. Weterings.